Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

863. Ook de wegens onrechtmatige daad veroorzaakte indirecte schade, welke mogelijk te voorzien was, behoort door den pleger te worden vergoed. Waar dezelfde feiten kunnen opleveren contractbreuk en onrechtmatige daad, staat aan den eischer volkomen vrij, de keuze der door hem in te stellen vordering. — Hof 's-Gravenhage 20 December 1909; W. 8973.

864. Bij het bestaan eener speciale wetgeving tot bescherming van handelsen fabrieksmerken, kan de actie uit art. 1401 B. W. niet worden ingesteld. — Rechtb. Amsterdam 2 Maart 1883; W. 4937.

865. Schadevergoeding wegens onrechtmatige daad kan gevraagd worden door hem, wien de wetgever een speciale actie mocht hebben gegeven, in het bijzonder ook door den eigenaar die zich over feitelijke inbreuk op zijn eigendomsrecht beklaagt. — H. R. 15 Juni 1883; W. 4926; N. R. CXXXIV, 181.

866. De eischer is niet gerechtigd rauwelijks een personeele actie volgens art. 1401 B. W. in te stellen, als de wet hem een speciale actie tot handhaving van zijn geschonden recht verleent. — Rechtb. Leeuwarden 20 Januari 1881; W. 4685.

867. Van het als schadevergoeding toegekend bedrag moet rente worden toegekend; de renten in een schadestaat zijn geen moratoire renten, die voorafgaande inverzuimstelling vereischen, maar zij maken deel uit van hetgeen noodig is om den declarant volledig schadeloos te stellen, zoodat de bewering, dat de gedeclareerde eerst na vaststelling van den staat kan weten, wat hij betalen moet, niet afdoende is; het is

alleen de vraag, of de declarant schade heeft geleden. — Rechtb. Amsterdam 13 Mei 1897; W. 7102. Rechtb. Rotterdam 26 Februari 1898; W. 7102.

868. Tot een schadevergoeding behoort ook vergoeding van de rente van het rechtstreeks verschuldigd schadebedrag, maar eerst van het oogenblik, dat de schuldenaar dat bedrag moet voldoen, dus eerst als hij kennis krijgt van den schadestaat, en dan nog slechts als het uitgetrokken bedrag door den rechter juist wordt geoordeeld. — Hof 's-Gravenhage 3 Januari 1898; W. 7111; P. v. J. 1898, 75; (met bevest. Rechtb. Middelburg 20 Mei 1896; W. 6827).

869. Om in de vordering van dit artikel te kunnen slagen, is het niet alleen noodig, dat een onrechtmatige daad is gepleegd, maar ook, dat ten gevolge daarvan schade is geleden. — Rechtb. Amsterdam 28 Juni 1881; W. 4720; P. v. J. 1881, 42.

870. De verplichting tot schadevergoeding is niet verbonden aan elke onrechtmatige daad, maar alleen de zoodanige waardoor aan een ander schade wordt toegebracht. Mitsdien moet hij, die schadevergoeding vraagt, het bestaan van schade bewijzen, tenzij de onrechtmatige daad uit den aard der zaak schade heeft veroorzaakt. Dat bewijs kan niet worden uitgesteld tot de procedure van vereffening bij staat; deze strekt wel om het bedrag van iederen schadepost uit te maken, maar dat er werkelijk schade is geleden, moet vooraf ten processe vaststaan. — Rechtb. Amsterdam 21 November 1882; P. v. J. 1882, 51, Bij bl.

871. Hij, die schadevergoeding vordert op grond van een onrechtmatige

Sluiten