Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan een onrechtmatige daad verrichten. — Hof 's-Hertogenbosch 7 April 1885; W. 5224; Gemst. 1793; W. B. A. 1907.

891. Het enkel gemis van bakens in een rivier en de hierdoor veroorzaakte schade leveren geen voldoenden grond op, om den Staat burgerrechtelijk tot schadevergoeding te verbinden. — H. R. 4 April 1884; W. 5020; N. R. CXXXVI, 356; v. d. H„ B. R. XLIX, 305; Lutt. 78.

892. De Staat is wel publiekrechtelijk bevoegd om werken, die ten nadeele van het verkeer op de rivieren door derden zijn gemaakt, op te ruimen of te bebakenen, maar uit het verzuim om van die bevoegdheid gebruik te maken, vloeit geen burgerrechtelijke verantwoordelijkheid voort ten aanzien van hen, die door deze werken schade lijden. Die verantwoordelijkheid vloeit voor den Staat ook niet voort uit de omstandigheid, dat hij, hoewel bekend met de aanwezigheid van zoodanig werk, dit niet heeft kenbaar gemaakt. — H. R. 13 Januari 1893, concl. conf.; W. 6331; N. R. CLXIII, 27; v. d. H., B. R. LIX, 14; F. v. J. 1893, 25.

893. Handelingen van de overheid als zoodanig kunnen geen grond opleveren tot een vordering krachtens dit artikel; immers, daardoor ontstaat geen privaat-, maar een publiekrechtelijke band. — Kantong. Arnhem 7 October 1896. Rechtb. Arnhem 3 Juni 1897; W. 7054.

894. Publiekrechtelijke lichamen zijn niet burgerrechtelijk aansprakelijk voor de schade, veroorzaakt door het verzuim van eene op hen rustende onderhoudsplicht. — Rechtb. Utrecht 30 Juni 1897; J W. 7090.

895. Ter zake van handelingen van publiekrechtelijken aard bestaat geene burgerrechtelijke aansprakelijkheid, zeker niet voor den ambtenaar, die de handelingen verrichtte in privé. — Rechtb. 's-Hertogenbosch 21 September 1900; Gemst. 2567.

«

896. Schade, veroorzaakt door eene zuiver publiekrechtelijke bestuursdaad kan niet krachtens dit artikel worden teruggevorderd, tenzij schennis van eene tusschen partijen bestaande privaatrechtelijke verhouding of van eene contractueele of andere bestaande verplichting het gevolg der publiekrechtelijke handeling is geweest. — Hof Amsterdam 28 Juni 1900; W. 7490; P. v. J. 1901, 14; Gemst. 2683. Bevest H. R. 17 Mei 1901, concl. contr.; W. 7608; P. v. J. 1901, 50; W. B. A. 2721; v. d. H., B. R. LIVII, 329; R. B. 188, 13.

897. De al of niet rechtmatigheid van handelingen van het openbaar gezag

als zoodanig kan uitsluitend aan het publiek recht getoetst worden en kan niet worden beoordeeld naar de bepalingen van het burgerlijk recht, als regelende de rechten en verplichtingen van bijzondere personen. — Hof's-Gravenhage 28 Mei 1900; W. 7470; P. v. J. 1900,66; Gemst. 2554. Idem. Hof's-Gravenhage 11 Juni 1900; W. 7470; W. B. A. 2672; Gemst. 2570; P. v. J. 1900, 76; laatstgenoemde beschikking vernietigd H. R. 10 Mei 1901, concl. contr.; W. 7606; P. v. J. 1901, 41; W. B. A. 2714; Gemst. 2599; W. v. N. R. 1656; v. d. H., B. R. LXVII, 315. Hof Amsterdam 28 December 1900; W. 7598; W. v. N. R. 1666.

898. Het enkele feit, dat de overheid handelt binnen den formeelen kring harer bevoegdheid, belet niet, dat zij

toch door de betrokken handeling kan

Sluiten