Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slag heeft, waarvoor de gemeente niet tot schadevergoeding voor den gewonen rechter kan worden gedaagd. — Kantong. Middelburg 27 December 1909; W. 8984.

908. De uitvoering door of op last van den burgemeester eener verordening, welke door het daartoe bevoegd hooger gezag niet is geschorst of vernietigd, kan niet zijn een onrechtmatige daad, civielrechtelijk aanspraak gevende op schadevergoeding, wijl de burgemeester bij zoodanige uitvoering niet alleen bleef binnen de grenzen zijner wettelijke bevoegdheid, maar zelfs krachtens art. 70 Gemeentewet tot die uitvoering verplicht is. Derhalve moet op een vordering tot schadevergoeding tegen den burgemeester een niet-ontvankelijk-verklaring volgen. — Rechtb. 's-Gravenhage 31 Maart 1896; W. 6840; P. v. J. 1896, 40; W. B. A. 2465.

909. Eene gemeente kan door haar orgaan het gemeentebestuur eene onrechtmatige daad plegen, waarover de burgerlijke rechter bevoegd is te oordeelen. — H. R. 24 Juni 1904, concl.

conr.; W. 8Uyi; W. v. JN. R. 1809; Gemst. 2763; P. v. J. 1904, 373; W. B. A. 2885; Lutt. 1904, 282; N. R. CXCVII, 242.

910. Ook de gemeentelijke overheid kan, handelende binnen de grenzen harer bevoegdheid, eene onrechtmatige daad plegen, waarvoor dan de gemeente aansprakelijk is. — Hof Amsterdam 5 December 1902; W. 7873; W. B. A.2811; Gemst. 2690. Idem. Hof Arnhem 17 December 1902; W. 7928.

911. De nalatigheid van een gemeentebestuur om aan een publiekrechterlijk bevel te voldoen, levert niet op eene onrechtmatige daad, die krachtens dit artikel eene burgerrechtelijke verbintenis

doet ontstaan. — H. R. 21 December

1900, concl. conf.; W. 7537; P. v. J.

1901, 4; W. B. A. 2710; N. R CLXXXYI, 437; v. d. H., B. R. LXVI, 442.

912. Eene gemeente, die als exploitante eener gasfabriek stoffen in een openbaar water laat wegvloeien, waardoor in dat water bewaarde visch wordt gedood en bedorven, kan ex art. 1401 B. W. voor de veroorzaakte schade aansprakelijk worden gesteld. — Rechtb. Rotterdam 18 Februari 1907; W. 8680; W. B. A. 3070. Bevest. door Hof 's-Gravenhage 20 Juni 1908; W. 8714. (Zie nr. 802).

913. De inbreuk op een publiekrechtelijk beheersrecht is niet een inbreuk op eenig vermogensrecht en levert dus niet op eene onrechtmatige daad, die een burgerrechtelijke verbintenis doet ontstaan. — H. R. 29 April 1910; W. 9027 (met vernietiging Rechtb. Breda 15 September 1908; W. 8881 en Hof 's-Hertogenbosch 21 September 1909). (1)

Art. 1402.

914. De algemeenheid van dit artikel laat niet toe, dat onvoorwaardelijk alle rechtsvordering tot schadevergoeding wordt geweigerd op grond, alleen dat de schade slechts het gevolg van verwaarloozing eener verplichting van staatsrechtelijken aard zou zijn. — Hof 's-Hertogenbosch 22 Januari 1884; W. 5076.

915. De Staat, een spoorwegbrug aanleggende, handelt gelijk een bijzonder persoon. Hij, die werken aanlegt, is volgens dit artikel verplicht de schade

(1) Zie voorts over de aansprakelijkheid van publiekrechtelijke lichamen nrs. 914—921 en 942 —945.

Sluiten