Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handelen, niet zelfstandig werken. — H. R. 28 December 1899, concl. contr.; W. 7383; P. v. J. 1900, 10; v. d. H., B. R. CXV, 466; N. R. CLXXXIII, 493. (Cassatie Hof Amsterdam 25 Januari 1899; W. 7255. Bevest. Rechtb. aldaar 18 Februari 1897; W. 6975; P. v. J. 1897, 68.)

In denzelfden zin Hof Amsterdam 16 November 1900; W. 7580 en 7585. IHof 's-Hertogenbosch 15 October 1901; 1W. 7674 (met vernietiging Rechtb. ! Maastricht 7 Maart 1901; W. 7674). I Rechtb. Breda 13 Mei 1902; W. 7806. IH. R. 22 Mei 1903, concl. conf.; 'W. 7927; P. v. J. 1903, 254; N. R. ICXCIV, 120.

948. Onder de benaming „onder; geschikten" in de 3e alin. van dit artikel ivalt niet de voerman die voor een particulier, zonder dat er verder van eenige 'rechtsbetrekking tusschen hen bestaande blijkt, eenmaal een vracht hout vervoert. — Rechtb. Groningen 9 Juni 1884; W. '5426.

949. Een voerman, die met eigen kar ;en paard voor een ander eenige werkzaamheid verricht, is geen ondergeschikte :of bediende in den zin van art. 1403 tal. 3 B. W. — Hof 's-Hertogenbosch <23 Februari 1904; W. 8066.

950. De opheffing der aansprakelijkheid, geregeld in art. 1403 al. ultima IB. W. is niet toepasselijk op de meesters een de andere in al. 3 van dat artikel 'genoemde personen. — Kantong. Berlicum 7 October 1893; P. v. J. 1894, 45.

951. De aansprakelijkheid der meestters voor de schade, door hunne dienst: boden veroorzaakt in de werkzaamheden, vwaartoe zij hen gebruikt hebben. — XW. 5337.

952. De wet stelt den meester alleen aansprakelijk voor de schade, die ontstaan is door een daad van zijn ondergeschikte, welke behoorde tot de opgedragen en verrichte werkzaamheden of althans in onmiddellijk verband daarmede stond.

— Rechtb. Amsterdam 22 Maart 1887; W. 5437; P. v. J. 1887, 50, Bijb.

953. De bepaling van art. 1403c B. W. regelende de aansprakelijkheid van meesters enz. voor de daden hunner ondergeschikten is van openbare orde.

— Rechtb. Amsterdam 19 October 1885; P. v. J. 1885, 47.

954. Voor de toepasselijkheid van art. 1403 al. 3 B. W. doet het niet ter zake of de ondergeschikte, toen hij het ongeluk veroorzaakte, stond onder toezicht van den meester en of die meester het ongeval al dan niet heeft kunnen voorkomen. — Kantong. Goes 5 Juni 1905; Mb. Dw. XXI, 42.

955. Krachtens art. 1403 B. W is de meester aansprakelijk, zoowel voor de verzuimen als voor de daden zijner dienstboden. — Hof Amsterdam 24 December 1908; W. 8820; W. v. Not. 190.

956. Door het voorschrift van dit artikel is de aansprakelijkheid der ondergeschikten zelve voor hunne onrechtmatige daden niet uitgesloten. — Rechtb. Amsterdam 4 April 1895; W. 6650.

957. De aansprakelijkheid van den Staat voor zijne ambtenaren, heft de persoonlijke verantwoordelijkheid dier ambtenaren niet op. — Hof's-Hertogenbosch 9 Maart 1897; W. 6988; W. v. N. R. 1424.

958. De regeling der aansprakelijkheid voor onrechtmatige daden van een ander in dit artikel, neemt niet weg,

Sluiten