Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat ook de dader zelf overeenkomstig art. 1401 voor de gevolgen van zoodanige daad aansprakelijk kan zijn. — Hof Leeuwarden 1 November 1902; P. v. J. 1902, 138.

959. J. Luyke Roskott. Iets over de strafrechtelijke aansprakelijkheid van ouders en voogden voor de strafbare feiten door hunne minderjarige kinderen en pupillen gepleegd. — Ac. Pr. Utrecht 1887.

960. De vader, te wiens behoeve en in wiens bedrijf zijn zoon werkzaam is, is voor dien zoon, als ware hij werkman, aansprakelijk. — Hof Amsterdam 18 September 1891; W, 6102.

961. De wijziging, door art 87 Ongevallenwet in de burgerrechtelijke aansprakelijkheid gebracht, moet streng worden uitgelegd en kan dan ook niet worden toegepast, wanneer een vader wordt vervolgd, als" aansprakelijk voor de onrechtmatige daden van zijnen minderjarigen zoon, al is die vader tevens de werkgever van den getroffene.

— Rechtb. Rotterdam 10 April 1905; W. 8283.

962. De aansprakelijkheid van ouders voor hunne bij hen inwonende minderjarige kinderen wordt door afwezigheid niet opgeheven. — Rechtb. Zutfen 1 December 1892; P. v. J. 1894, 45.

963. De verantwoordelijkheid van den vader voor de schade, veroorzaakt door zijnen minderjarigen bij hem inwonenden zoon houdt niet op, alleen door de afwezigheid des vaders, maar slechts dan, als hij de noodige voorzorgsmaatregelen heeft genomen om schadelijke handelingen van zijn zoon te voorkomen.

— Rechtb. Amsterdam 30 Januari 1894; W. 6542; P. v. J. 1894, 41.

In denzelfden zin Rechtb. Utrecht 24 November 1897; W. 7087. Rechtb. Amsterdam 7 December 1900; W. 7557.

964. De slotalinea van dit artikel is niet van toepassing ingeval van enkele afwezigheid van den vader of ingeval de gepleegde handeling wegens haar snel verloop niet had kunnen belet worden, daar deze omstandigheden niet de aanwezigheid van voldoend toezicht uitsluiten. — Rechtb. Leeuwarden 17 November 1892; W. 6331.

965. Als iemand „in hoedanigheid van vader van zijn minderjarigen zoon'' is gedagvaard tot vergoeding der schade, door dien zoon toegebracht, dan is hij niet gedagvaard als vertegenwoordiger van zijn zoon, om dezen in rechten te vervangen, maar uit eigen hoofde. — Rechtb. Leeuwarden 21 Mei 1891; W. 6262.

966. De verantwoordelijkheid des vaders voor de door zijnen minderjarigen bij hem inwonenden zoon gepleegde handeling wordt alleen opgeheven door het bewijs, dat hij de daad niet heeft kunnen beletten. — Rechtb. Assen 10 Maart 1903; W. 7942.

967. De actie van dit artikel doet het recht op schadevergoeding voortkomen uit de zaak, waardoor schade is veroorzaakt en stelt voor deze aansprakelijk hem, die de zaak in eigendom bezit of onder zijn toezicht heeft; deze actie ontstaat door de zaak met daarnevens het bloote feit van eigendom of opzicht over haar en, vermits niet de eigendom of het opzicht, maar de zaak zelve de rechtsband legt, is het voor deze actie onverschillig aan welk recht (privaat of publiek) eigendom of opzicht zijn ontleend. — Rechtb. Leeuwarden 18 Januari 1894; W. 6517; P. v. J. 1894, 25.

Sluiten