Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1102. De handelsreiziger, die gemachtigd is tot het doen van verkoopen, is als zoodanig niet bevoegd den koopprijs te ontvangen en daarvoor kwijting te geven. Hij, die beweert, dat de handelsreiziger daartoe volmacht heeft, moet het bewijs van die volmacht leveren.

— Kantong. II Rotterdam 28 Augustus 1880; W. 4557.

1103. Handelsreizigers hebben uit den aard der zaak geen bevoegdheid betalingen tegen kwijtingen te ontvangen.

— Rechtb. 's-Hertogenbosch 30 Mei 1884; N. R. B. en Bijbl. 1888, B. 351; W. v. N. R. 763; R. W. v. N. 506.

1104. Een deurwaarder door den gemachtigde van een schuldeischer belast met de gerechtelijke vervolging van een schuldenaar en van dezen de verschuldigde som ontvangende, behoeft die niet aan dien gemachtigde te verantwoorden.

— Rechtb. Utrecht 9 Juli 1890; P. v. J. 1890, 84.

1105. Een betaling gedaan aan een ander dan den schuldeischer is niet van waarde. Mitsdien houdt de schuldeischer, ongeacht zoodanige betaling, zijn vorderingsrecht tegen zijn schuldenaar, zonder bevoegd te zijn om dengene, aan wien ten onrechte betaald werd, in rechten te betrekken. — Kantong. Heerenveen 25 November 1893; P. v. J. 1895, 5.

1106. De kooper, die bekent een voorwerp te hebben gekocht onder bijvoeging, dat hij den koopprijs aan een derde heeft betaald, is dan alleen ontslagen van de verplichting om aan den verkooper den koopprijs te betalen, indien die derde van den verkooper de macht had gekregen om de koopsom te ontvangen of de verkooper die ontvangst heeft goedgekeurd of daardoor werkelijk

is gebaat. — Rechtb. Amsterdam 23 Februari 1893; W. 6385.

1107.- Indien aan iemand, die onbevoegd was voor den schuldeischer te ontvangen, betaald is, wordt de schuldeischer alleen dan door die betaling gebonden, indien hij er door gebaat is. — Hof Arnhem 25 September 1895; W. 6713.

1108. De gewoonlijk in een procesverbaal van openbare verkooping voorkomende bepaling, dat de kooper den koopprijs zal betalen ten kantore van den notaris, bevat geen lastgeving van den verkooper aan den notaris tot het ontvangen van den koopprijs en is alzoo een betaling gedaan aan iemand, die onbevoegd is om te ontvangen. — Rechtb. Heerenveen 10 Januari 1883; W. 4865; R. W. v. N. 463; N. R. B. 1884, A. 188; W. v. N. R. 750.

1109. De bepaling in een procesverbaal van een verkooping van roerende lichamelijke goederen, dat de betaling der kooppenningen zal moeten geschieden „ten kantore van den notaris aan de verkoopers" is een duidelijke aanwijzing van de plaats waar en van de personen, aan wie de betaling moet gedaan worden. — Kantong. Zuidbroek 31 December 1885; W. 5323; R. W. v. N. 574.

1110. In de bepaling, bij de veilingsvoorwaarden gemaakt, dat de betaling der kooppenningen moet geschieden ten kantore van gezegden notaris vóór of op 6 Mei 1891, ligt eene machtiging van dezen om de kooppenningen in ontvang te nemen. — Hof Amsterdam 7 Mei 1897; W. 7018; W. v. N. R. 1461; T. v. N. XV, 376; P. W. 8996.

1111. Gedeeltelijke afbetaling eener hypothecaire obligatie aan den notaris,

Sluiten