Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedrag, waarvan men de wettige betaling wil erkend zien. — Hof Amsterdam 17 Januari 1902; W. 7731.

Art. 1441, 1«.

1198. Een aanbod ter terechtzitting gedaan aan den procureur des schuldeischers is niet van waarde, wanneer niet blijkt, dat die procureur in het bijzonder gemachtigd was om dat aanbod aan te nemen. — Rechtb. Utrecht 5 Februari 1902; W. 7729; Mb. Dw. XVIII, 6.

Art. 1441, 3«.

1199. Het aanbod van een gedaagde om hetgeen hij pro resto schuldig is, te betalen, is onvoldoende, indien daarbij niet wordt aangeboden het bedrag der renten sedert de dagvaarding. — Kantong. Zuidbroek 3 Juni 1887; W. 5629.

1200. Hij, die reeds vroeger erkende met de betaling van het door hem verschuldigde ten achteren te zijn, kan niet volstaan met een aanbod van het verschuldigde zonder renten of kosten, als dit aanbod eerst wordt gedaan, wel is waar voor den dienenden dag, maar tien dagen na de dagvaarding tot vanwaardeverklaring van een te zijnen laste onder derden gelegd conservatoir beslag. — Rechtb. Rotterdam 10 Maart 1888; W. 5574; Mb. Dw. IV, 6; P.v.J. 1888, 13.

1201. Een aanbod, waarbij niets is aangeboden voor on vereffende kosten, kan niet van waarde worden verklaard. — Rechtb. Breda 7 Juni 1892; W. 6220; Mb. Dw. VIII, 6; R. W. v. N. 747.

1202. Een aanbod, waarbij een bedrag in eens is aangeboden voor renten en onvereffende kosten en zulks nog wel zonder voorbehoud van nadere vereffening van kosten, is van onwaarde. —

Rechtb. Middelburg 12 Maart 1893; Mb. Dw. IX, 11.

1203. Een aanbod aan gereede betaling, waarbij wel wordt aangeboden een som gelds voor onvereffende kosten, maar zonder dat daarbij is gevoegd „onder voorbehoud van nadere vereffening", is niet volledig en niet van waarde. — Hof Amsterdam 27 April 1894; W. 6554; P. v. J. 1894, 67; W. v. N. R. 1292.

1204. Indien er geene onvereffende kosten zijn, behoeft bij het aanbod van gereede betaling niet te worden aangeboden „een som gelds voor de kosten, die niet vereffend zijn onder voorbehoud van nadere vereffening". Het aanbieden van meer dan inderdaad verschuldigd is, kan het aanbod niet van onwaarde doen zijn. — Rechtb. Alkmaar 26 Mei 1898; W. v. N. R. 1493.

1205. Elk bedrag, aangeboden voor onvereffende kosten, is voldoende. — Rechtb. 's-Hertogenbosch 18 Januari 1884; W. 4993.

1206. Daar dit artikel niet voorschrijft uit welke bestanddeelen de onvereffende kosten bestaan en geene bepaalde som vereischt, kan de debiteur volstaan bij zijn aanbod een bedrag, hoe gering ook, aan te bieden. De verrekening toch daaromtrent kan eerst later in aanmerking komen, als de onbekende kosten bekend kunnen zijn. Bij de beoordeeling van de al dan niet genoegzaamheid eener consignatie moet in aanmerking worden genomen het tijdstip, waarop het aanbod is gedaan, niet dat waarop de inbewaargeving plaats had. — Rechtb. Amsterdam 21 Januari 1889; W. 5683; R. W. v. N. 640.

1207. Waar de wet uitdrukkelijk zegt, dat voor zooveel de onvereffende kosten

Sluiten