Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denaar dier vordering zich door een gerechtelijk aanbod, gevolgd door consignatie, slechts dan bevrijden, wanneer het bedrag aangeboden voor onvereffende kosten, overtreft het bedrag, waarop de kosten door den President bij het verlof tot beslag zijn begroot. — Rechtb. Middelburg 13 Mei 1903; Mb. Dw. XIX, 18 en 19.

1214. Onder vereffende kosten moeten worden verstaan de kosten, waarvan het bedrag tengevolge, hetzij van eene rechterlijke uitspraak, hetzij van onderlinge overeenkomst tusschen partijen, vaststaat, hetgeen niet het geval is met kosten, die wel zeker gemaakt zijn, of zullen gemaakt worden, doch die nog niet tusschen partijen zijn vastgesteld. — H. R. 8 December 1905, concl. conf.; W. 8310; P. v. J. 1906, 512; N. R. CCI, 322.

Art. 1441, 6°.

1215. Een reëel aanbod kan niet geldig geschieden aan de in een proces gekozen woonplaats. Zoodanig aanbod moet geschieden ter woonplaats der tegenpartij. — Rechtb. 's-Hertogenbosch, 11 October 1889; W. 5996; Mb. Dw. VII, 1.

1216. Uit de geschiedenis van dit artikel volgt, dat de wetgever, in overeenstemming met zijne bedoeling, dat de aanneming van een door bewaargeving gevolgd aanbod zou uitgaan van den schuldeischer in persoon, of van zijn door hem daartoe in het bijzonder gemachtigde, in no. 6 van dit artikel, ofschoon hij daarbij niet heeft onderscheiden tusschen de beide soorten van gekozen woonplaats, alleen het oog heeft gehad op een voor die handeling gekozen domicilie, ingevolge art. 81 B. W. en niet op de door eischer, voldoende aan zijn

wettelijke verplichting, bij de dagvaarding gekozen woonplaats. — Rechtb. Utrecht 23 Februari 1898; W. 7091; W. v. N. R. 1475; P. v. J. 1898, 27; Mb. Dw. XIV, 1.

1217. Mr. C. J. Pekelharing. Kan aanbod van gereede betaling aan de bij dagvaarding gekozen woonplaats geschieden? Ja. (Bestrijding van gemeld vonnis Rechtb. Utrecht 23 Februari 1898.) - W. v. N. R. 1499 en 1500.

1218. Een gerechtelijk aanbod kan niet rechtsgeldig bij den voor de tegenpartij occupeerenden procureur worden gedaan, omdat deze als zoodanig niet tot het ontvangen van betaling is gemachtigd, terwijl het gekozen domicilie, bij dit artikel bedoeld, niet is het bij den procureur in een geding gekozen domicilie, maar het domicilie bij de overeenkomst gekozen. — Rechtb. 's-Gravenhage 16 Mei 1899; W. 7325; Mb. Dw. XV, 7.

1219. Het aanbod van gereede betaling aan een in het buitenland gevestigden schuldeischer, gedaan ten parkette van den Officier van Justitie, voldoet niet aan de eischen bij dit artikel gesteld. — Rechtb. 's-Gravenhage 2 Mei 1900; W. 7456; Mb. Dw. XVI, 7.

Art. 1442.

1220. De bevoegdheid tot kennisneming van het geschil, waaruit een vordering tot vanwaardeverklaring van een aanbod van gereede betaling en een daarop gevolgde consignatie voortvloeit, brengt mede de bevoegdheid om over die vanwaardeverklaring te oordeelen. De bepaling van dit artikel, dat om een consignatie van waarde te doen zijn, geen machtiging van den rechter wordt vereischt, belet niet dat in gevallen waarin

Sluiten