Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1248. Het in rekening-courant brengen van het bedrag eener schuldbekentenis doet geen novatie ontstaan, daar schuldvernieuwing niet wordt verondersteld. Het in rekening-courant brengen moet alleen worden beschouwd als een te boek stelling van het tusschen partijen verhandelde; het doet zonder uitdrukkelijke bedoeling van schuldvernieuwing deze niet veronderstellen. — Rechtb. Roermond 10 September 1885; W. 5293.

1249. Schuldvernieuwing wordt niet te weeg gebracht door de omstandigheid, dat tusschen partijen is tot stand gekomen een regeling tot betaling der huur in termijnen, afwijkende van de oorspronkelijke bij overeenkomst aangegane rege ling. — Rechtb. 's-Gravenhage 1 Juni 1888; W. 5574.

1250. Een hypotheek tot zekerheid der kooppenningen op eenig gekocht vast goed gegeven, stelt geen betaling of novatie daar en staat dus niet aan eene actie tot ontbinding op grond van nietbetaling van den koopprijs in den weg. — Rechtb. Amsterdam 22 October 1889; W. 5822; R. W. v. N. 680.

1251. Waar partijen overeenkomen in de plaats van een bestaande schuldverbintenis uit andere oorzaak, een nieuwe schuldverbintenis wegens geldleening te stellen en diensvolgens bij akte eene aangegane overeenkomst van geldleening constateeren, daar kan deze overeenkomst van geldleening niet als fictief worden beschouwd. — Hof 's-Gravenhage 20 November 1893; P. v. J. 1894, 43.

Art 1449, 2°.

1252. Uit het in een koopakte van onroerend goed voorkomend beding, dat het goed wordt verkocht met alle rechten

en lasten, daaraan verbonden, mag niet worden afgeleid, dat de kooper de op dat goed klevende hypothecaire schulden voor zijne rekening heeft genomen. — Rechtb. Rotterdam 17 April 1893; P. v. J. 1894, 1.

1253. X. Schuldvernieuwing door verandering in den persoon des schuldenaars. (Betreffende het geval, dat een onroerend goed, met hypotheek bezwaard, wordt verkocht, terwijl de kooper ter voldoening van den koopprijs de hypotheek voor zijne rekening neemt.) — \V. v. N. R. 1419.

Naar aanleiding daarvan: H. en J. K. Nogmaals het voorbehoud van hypotheek ingeval van schuldvernieuwing naar art. 1449, 2°. B. W. (met naschrift van Prof. mr. H. J. Hamaker). — W. v. N. R. 1421.

Art. 1449, 3°.

1254. Wanneer een kooper zich tegenover den verkooper verbindt om een bedrag, gelijk aan den koopprijs aan een derde uit te betalen en daartegenover door den verkooper van zijne verplichting tot betaling van den koopprijs wordt ontslagen, dan moet schuldvernieuwing, geen schenking aan den derde worden aangenomen. — Verm. 's-Hertogenbosch 4 Maart 1907; P. W. 10060.

Art. 1451.

1255. Schuldvernieuwing wordt niet verondersteld, maar moet duidelijk blijken. Hiertoe wordt echter geen geschrift vereischt. — Rechtb. Amsterdam 16 April 1873; N. R. B. 1876, B. 241.

1256. Het woord „akte" in dit artikel heeft niet de strekking, dat zonder schrift geen schuldvernieuwing kan ontstaan. — Rechtb. 's-Hertogenbosch 6 December 1889; W. 5235.

Sluiten