Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn crediteur getroffen, de overnemer de schuld van den debiteur als de zijne op zich neemt, zóó dat laatstgenoemde van zijn crediteur bevrijd wordt en in de plaats van dezen de overnemer als debiteur aan den crediteur wordt verbonden. — Hof Amsterdam 28 Mei 1907; W. 8632; W. v. N. R. 2016; W. v. Not. 128.

1270. Wie de zaken door eene firma vroeger gedreven, voortzet, heeft daardoor niet de schulden dier firma overgenomen. Dergelijke overneming zou schuldvernieuwing zijn, die dus duidelijk moet blijken en niet door stilzwijgende goedkeuring kan worden bewezen. Een uitdrukkelijke overneming door een der vennooten van de overnemende vennootschap bindt de vennootschap en de medevennooten niet. — Rechtb. Amsterdam 31 Januari 1896; N. M. v. H. VIII, 189.

1271. Noch uit het feit dat art. 1 der statuten eener nieuw op te richten naamlooze vennootschap inhoudt, dat zij de zaken eener aangewezen firma voortzet, noch uit de bekendmaking dier bepaling aan de clientele dier firma, noch uit het overnemen van enkele verplichtingen dier firma door de nieuwe naamlooze vennootschap kan worden afgeleid, dat die vennootschap alle verplichtingen der bovenbedoelde firma heeft overgenomen. — Rechtb. Haarlem 3 Juli 1906; P. v. J.-1906, 571.

Art. 1453.

1272. Als de schuldeischer toestemt de betaling der schuld van een derde te ontvangen en deze zich tegenover den schuldeischer tot betaling verbindt, dan heeft er geen schuldvernieuwing, maar een delegatie plaats, welke volgens dit artikel den schuldenaar eerst bevrijdt, als hij bewijst, dat de schuldeischer hem

van zijne verbintenis ontslagen heeft v— Rechtb, Amsterdam 14 Februari 1884; P. v. J. 1884, 13. Bijbl.

1273. Wanneer feitelijk vast staat, dat de oude debiteur een nieuwen debiteur aan den crediteur heeft aangewezen, die zich tegenover dien crediteur heeft verbonden en door dezen als debiteur is erkend, dan is geene schuldvernieuwing, maar eene delegatie als bij art 1453 B. W. bedoeld, tot stand gekomen. — Rechtb Haarlem 21 Maart 1905; W. 8237.

1274. Wijl schuld en rente eene ondeelbare verbintenis vormen, — kan van delegatie, bedoeld in art 1453 B. W. geen sprake zijn, wanneer partijen het nog slechts eens zijn over de hoofdschuld, niet echter over de rente — Hof Arnhem 10 Januari 1906; W. 8354; W. v. N. R. 1902.

Art. 1456.

1275. Een akte, waarbij een aannemer aan een credietinstelling alle vorderingen cedeert, die hij ter zake van een aangenomen werk op een aanbesteder zal krijgen en waarbij die instelling verklaart die cessie aan te nemen en zich verbindt tot nadere verrekening met den cedent van de aldus te ontvangen gelden, houdt slechts een last in tot incasseeren, niet ook een opdracht om namens den aannemer de juistheid van het bedrag der betalingsmandaten te beoordeelen. De quitantie van den cessionaris praejudicieert dus de rechten van den cedent tegenover den aanbesteder in geenen deele. — Rechtb. Zwolle 10 Februari 1892; W. 6170.

1276. De afgifte van een assignatie brengt — in afwijking van die eens wissels — geen schuldvernieuwing teweeg; mitsdien kan het bedrag daarvan eerst in des schuldenaars credit worden ge-

Sluiten