Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verkoop onder openbare controle der Rijkslandbouw-proefstations. — Ac. Pr. Amsterdam 1895.

1411. R. F. C. H. Bentinck van Schoonheten. Eenige opmerkingen over het verschil tusschen koop en ruil. — Ac. Pr. Leiden 1891. Aangek, door H. J. van Doorn B.Azn. in R. en W. 1891, 195; T. v. N. 1891, 290.

1412. Door de verbintenis van te zullen koopen is nog geen overeenkomst tot stand gekomen. — Rechtb. Utrecht 30 Maart 1898; W. 7112; Mb. Dw. XIV, 3.

1413. Schoon art 1589 C. C., waarbij aan de „promesse de vente" uitdrukkelijk rechtskracht is toegekend, in onze wet niet is opgenomen, zoo geeft toch deze overeenkomst, ook volgens onze wet recht tot eene persoonlijke actie, strekkende tot vervulling der gedane en aangenomen belofte. Is daarna de prijs van het voorwerp der overeenkomst met onderling goedvinden vastgesteld, dan is tusschen partijen eene volledige koopovereenkomst tot stand gekomen. — Rechtb. Utrecht 18 Maart 1908; W. 8810; W. v. Not. 191.

1414. Mr. J. Baron d'Aulnis de Bourouill. Over belofte tot verkoop (promesse de vente). — Them. XXXVIII, 30..

1415. A. E. J. Bertling. De verkoopbelofte. — W. v. N. R. 2029 en 2030.

1416. Mr. H. S Iets over den zoogenaamden „huurkoop". (Naar aanleiding van eene rechtsvraag van J. A. B. in W. v. N. R. 1202, 1204 en 1206, met aanteekening der Redactie en bespreking door mr. Cd. Reeling Knap in W. v. N. lï. 1208.) — W. v. N. R. 1215.

Mr. Reeling Knap. Huurkoop. — \V.

v. N. R. 1216 en mr. H. S. Idem. — W. v. N. R. 1220.

1417. Een zoogenaamde huurkoop is en blijft eene koopovereenkomst, al wordt ook de eigendomsovergang van het geleverde opgeschort tot na de volledige betaling van den koopprijs. — Rechtb. Amsterdam 22 Februari 1901; W. 7638.

1418. Beslissing dat eene zoogenaamde overeenkomst van huurkoop is eene koopovereenkomst. — Kantong. Rotterdam no. 2, 12 Januari 1903; P. v. J. 1903, 248; Mb. Dw. XIX, 19.

1419. Wanneer ingeval van eenen zoogenaamden huurkoop is bedongen, dat indien de huurder in gebreke blijft op den bepaalden tijd te betalen, den verhuurder het recht toekomt, zonder gerechtelijke aanzegging de overeenkomst als geëindigd te beschouwen en het voorwerp der overeenkomst terug te nemen, zonder dat de huurder aanspraak op vergoeding heeft, dan is — zoo de huurder niet geregeld heeft afbetaald — de verhuurder onherroepelijk gerechtigd om het voorwerp der overeenkomst zonder eenige schadevergoeding van den huurder terug te nemen.

— Kantong. Berlikum 12 November 1904; Mb. Dw. XXI, 37.

1420. Het niet vermelden in eene koopakte van het aandeel der verschillende koopers in het gekochte doet hoogstens veronderstellen, maar bewijst niet, dat ieder der koopers voor een gelijk deel in het gekochte is gerechtigd.

— Rechtb. Rotterdam 28 Mei 1883; W. v. N. R. 740.

1421. Hij, die de manden en flesschen, waarin zijn wijnkooper hem den gekochten wijn heeft toegezonden, geruimen tijd onder zich houdt, moet geacht worden

Sluiten