Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den koopprijs van toekomstige omstandigheden b.v. een lateren marktprijs of de bepaling door een derde, bij het koopcontract aangewezen, afhankelijk worden gesteld en dus op het oogenblik der sluiting van het koopcontract aan de partijen onbekend zijn, maar in elk geval moet de prijsbepaling onafhankelijk van den wil van een der partijen gesteld zijn. Is aan dezen eisch der wet niet voldoen, dan bestaat geen rechtsgeldig koopcontract. — H. R. 21 Januari 1898, concl. conf.; W. 7077; W. v. N. R. 1470; P. v. J. 1898, 13; N. R. CLXXVI1I, 117; T. v. N. XVI, 133; v. d. H., B. R. LXIV, 31.

1508. Waar als een bestanddeel van een koopprijs is aangenomen een door den verkooper te behalen „gewone winst", kan niet worden aangenomen, dat de prijs door partijen is bepaald en is mitsdien ook geen koopovereenkomst tot stand gekomen. — Rechtb. Amsterdam 3 Mei 1899; W. 7339.

1509. Wanneer vaststaat, dat tusschen partijen eene koopovereenkomst is tot stand gekomen met bepaling, dat de koopprijs door een derde zou worden bepaald, dan moet worden aangenomen, dat, vaststaande, dat de koopprijs niet door dien derde zal of kan worden bepaald, de koopovereenkomst komt te vervallen — vooral moet dit worden aangenomen wanneer partijen zelf die opvatting zijn toegedaan. — Rechtb. Alkmaar 16 November 1905; W. 8375.

Art. 1502.

1510. Als iemand bij een publieke veiling kooper wordt van een onroerend goed en zich daarbij verbindt om de kosten, vallende op de veiling en verkoop te betalen vóór de kooppenningen, wordt hij van de verplichting tot betaling dier kosten niet ontslagen door de omstan¬

digheid, dat de verkooper later wegens wanbetaling der kooppenningen gebruik maakt van het in de veilconditiën voorbehouden recht tot herveiling. — Rechtb. Rotterdam 21 November 1887; W. 5513; W. v. N. R.967; R v. J. 1888, 31; R. W. v. N. 612.

1511. Als iemand heeft op zich genomen, voor een ander te betalen de koopsom van een huis, benevens de kosten van overdracht en verdere „bijkomende kosten", dan ziet die laatste uitdrukking alleen op die kosten, die het rechtstreeksch uitvloeisel der koopovereenkomst zijn; daaronder is niet begrepen het salaris van een tusschenpersoon, door wien de koop tot stand kwam. — Kantong. Dordrecht 8 Juli 1897; P. v. J. 1897, 60.

1512. Indien bij een notariëele akte van koop en verkoop niets bepaald is omtrent de betaling der kosten, is de kooper verplicht deze aan den notaris te voldoen. — Rechtb. Roermond 5 November 1897; W. 6942; R v. J. 1898,15.

1513. Al brengt de gewoonte mede, dat de kooper als gevolg van het voorschrift van dit artikel den notaris kiest, zoo kan daaruit niet worden afgeleid, dat hij zoodanigen notaris zou kunnen kiezen, waar hij maar wil. — Hof Arnhem 13 Mei 1896; W. 6842; W. v. N. R. 1381.

Art. 1503.

1514. L. J. A. Schuurbeque Boeije. Art. 1503 B. W. — Ac. Pr. Leiden 1883.

1515. Het bepaalde in art. 1503, 2° B. W. duidt alleen op het verkoopen van het eigen goed door den man aan de vrouw; deze uitzondering is van strikte uitlegging en mag niet worden uitgebreid tot het verkoopen door den

Sluiten