Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bepaald deel (wel zijn onverdeeld aandeel) aan een derde te verkoopen. Immers, in dat geval verkoopt hij eens anders goed en verricht hij dus eene nietige handeling — Hof Leeuwarden 1 Juni 1904 (met vernietiging Rechtb. Assen 27 October 1903); W. 8105; W. v. N. R. 1823; Not. W. 270.

1544. Koop en verkoop van eens anders zaak is ook nietig tusschen kooper en verkooper. — Rechtb. Amsterdam 23 Februari 1883; W. 4939.

1545. De nietigheid van den koop en verkoop van eens anders goed in dit artikel bedoeld, geldt niet alleen tegenover den eigenaar, maar ook tusschen de handelende partijen. Een direct gevolg van nietigheid is, dat de kooper recht heeft op terugbetaling van den koopprijs, indien hij dezen geheel of gedeeltelijk heeft voldaan, daar partijen moeten worden hersteld in den staat, waarin zij zich vóór het aangaan der verbintenis bevonden. De terugvordering van den koopprijs is dan ook niet te beschouwen als eene vordering tot schadevergoeding, welke de kooper volgens dit artikel alleen heeft, indien hij niet geweten heeft, dat de zaak aan een ander toebehoorde. — Hof Amsterdam 28 Juni 1895; W. 6709; W. v. N. R. 1361; P. v. J. 1896, 26.

1546. Dit artikel geeft geen actie aan den derde, die beweert eigenaar van het verkocht goed te zijn. Immers, noch de woorden, noch de strekking van dit artikel geven steun aan de bewering, dat die eigenaar aan zijn eigendomsrecht een rechtsvordering zou kunnen ontleenen tot nietigverklaring eener overeenkomst, tusschen andere personen, geheel buiten hem om, aangegaan, en die dus voor hem geheel zonder belang is ■— Hof 's-Gravenhage 20 Juni 1899; W. 7331.

1547. Wel is waar verklaart dit artikel koop en verkoop van eens anders goed nietig, maar noch dit, noch een ander wetsartikel geeft aan hem, die eigenaar van het verkochte goed beweert te zijn, eene rechtsvordering tot nietigverklaring der koopovereenkomst, die tusschen andere personen is aangegaan en waar hij geheel buiten staat. — Rechtb. Amsterdam 28 Juni 1905; W. 8412; W. v. Not. 68.

1548. Waar is onbetwist, dat een verkooper op eigen naam een onroerend goed verkocht, dat hem niet in eigendom toebehoorde, beweert de kooper terecht de nietigheid dier koopovereenkomst. Hierin wordt geen verandering gebracht doordat de verkooper, als lasthebber van den waren eigenaar tot den verkoop bevoegd was. — Rechtb. Rotterdam 11 November 1901; P. v. J. 1901, 101.

Tweede Afdeeling.

Van de verplichtingen des verkoopers.

Art. 1509.

1549. Indien de bedingen bij de akte van verkoop gemaakt, geacht kunnen worden, omtrent hetgeen verkocht wordt, duister of dubbelzinnig te zijn, moet het contract steeds in het nadeel van den verkooper worden uitgelegd. — Rechtb. Zutphen 17 Januari 1889; W. v. N. R. 1006; R. W. v. N. 647.

Art. 1510.

1550. De wet onderscheidt tusschen de twee hoofdverplichtingen des verkoopers: de levering en de vrijwaring. De levering omvat niet slechts verschaffing van het recht van eigendom door de overschrijving, maar ook het verschaffen van het feitelijk bezit. In deze laatste verplichting is de verkooper

Sluiten