Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deelbaarheid der levering. De kooper kan dus, het met het gekochte overeenstemmende behouden en het overige weigeren zonder dat hij daardoor geacht kan worden het geheel te hebben goedgekeurd. — Rechtb. Amsterdam 16 Juni 1882; N. M. v. H., I, 319.

1589. De terughouding van een ["gedeelte der levering bewijst niet de goedkeuring van het geheel. — Rechtb. Amsterdam 12 Januari 1883; W. 4878.

1590. De kooper kan zich over gedeeltelijke levering niet beklagen, waar hij zelf daarmede genoegen heeft genomen.

— Hof Arnhem 19 April 1882; W. 4818.

1591. De beschikking door den kooper over eenig deel van de door den verkooper toegezonden goederen, bewijst niet per se de aanneming van het geheel. In elk bijzonder geval moet dus worden nagegaan of in de beschikking over een deel, de bedoeling heeft gelegen het geheel te accepteeren. — Hof 's-Gravenhage 23 Juni 1884; W. 5099.

1592. Indien van eenige bij eene bestelling gekochte en in eens geleverde goederen enkele niet aan de bij de bestelling gestelde eischen voldoen, dan verwerkt de kooper zijne rechten wegens onvoldoende levering door eigendunkelijk over een deel der goederen te beschikken.

— Kantong. Amsterdam no. 3, 30 September 1895; Mb. Dw. XI, 10.

1593. Wanneer een verkooper het verkochte slechts ten deele ter beschikking van den kooper heeft gesteld en deze geweigerd heeft om het anders dan in zijn geheel te aanvaarden, moet de levering geacht worden niet te hebben plaats gehad. — Kantong. Zaandam 30 October 1902; Mb. DW. XIX, 1.

1594. Het enkel inbrengen van klachten omtrent de qualiteit der geleverde zaak zonder teruggave — althans ter beschikking stelling — van het geleverde, is onvoldoende om een beroep op aanvaarding af te snijden. — Rechtb. Amsterdam 21 Juni 1905; W. 8415.

1595. Ten aanzien van goederen, niet alleen ontvangen, behouden en nagenoeg alle betaald, maar ook voor het grootste gedeelte aan derden verkocht en geleverd, kan geen beroep op onvoldoende levering worden gedaan. — Rechtb. Amsterdam 3 Juni 1904; M. v. H. XVI, 277.

1596. Eene eenvoudige bedreiging met niet aanvaarding van het gekochte geeft den verkooper geen recht om zich van de verplichting tot levering ontslagen te achten. — Rechtb. 's-Gravenhage 17 April 1908; W. 8729.

Art. 1512.

1597. Eene regeling omtrent de kosten der levering kan niet beslissen omtrent de plaats, waar geleverd moet worden. — Rechtb. 's-Gravenhage 17 April 1908; W. 8729.

Art. 1513.

1598. Indien bij overeenkomst is aangewezen een plaats tot levering eener verkochte zaak, moet zulks ook gelden voor al datgene, wat tot die zaak behoort. - H. R. 10 Februari 1882; W. 4744; v. d. H., B. R. XLVII, no. 1758, 177.

1599. Levering heeft plaats op het oogenblik, dat de verkooper de goederen aan den vervoerder overgeeft. De plaats, waar dit geschiedt, is de plaats der levering. — Rechtb. Breda 1 November 1882; N. R. B. 1883, 289.

Sluiten