Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Hof Amsterdam 29 April 1901; P. v. J. 1901, 78.

1617. Indien niet anders is bepaald, zijn de verkooper en kooper gelijktijdig tot levering en betaling verplicht. De \ erkooper, die niet aantoont op eenige wijze aan zijne verplichting tot levering te hebben voldaan en zelfs daartoe geen aanbod heeft gedaan, kan geen betaling vorderen. — Rechtb. Utrecht 31 October 1888; W. 5669.

1618. Indien niet anders bedongen is, behoeft de verkooper niet te leveren dan tegen betaling en de kooper niet te betalen dan tegen levering. Hieruit volgt, dat de verkooper, die betaling eischt, in de dagvaarding levering moet aanbieden of wel vragen veroordeeling tot betaling tegen levering. Een te voren bij sommatie gedaan aanbod is niet voldoende. — Hof Arnhem 24 Februari 1904; W. 8068; W. v. N. R. 1803.

1619. In de overeenkomst van koop en verkoop, gelijk zij door de wet is geregeld, zijn de verplichting van den verkooper tot levering der zaak, d. w. z. tot overdracht van het verkochte goed in de macht en het bezit van den. kooper, en de verplichting van den kooper tot betaling van den koopprijs volstrekt wederkeerig en van elkander afhankelijk, in dien zin, dat er over en weer gelijktijdig aan moet worden voldaan, en de eene partij niet behoeft te praesteeren vóór de andere. Mitsdien behoort de verkooper tot betaling dagvaardend, dat zoo te doen, dat de kooper niet tot betaling kan worden gedwongen, zonder dat tevens de verkooper zijne verplichting tot levering moet nakomen. — Rechtb. i Alkmaar 28 Februari 1907; W. 8562; ; W. v. N. R. 1968. ]

1

1620. Zoo de verkooper voor een deel 1

1284

der levering geen betaling ontvangt, is hij daarom nog niet bevoegd, zonder tusschenkomst des rechters zijne levering te staken. Desniettegenstaande is de kooper, die met de betaling van een deel der levering in gebreke was, niet ontvankelijk in zijn eisch tot ontbinding der koopovereenkomst wegens niet voortgezette levering. — Rechtb. Arnhem 15 April 1880; W. 4547.

1621. De verkooper die zich tot eene achtereenvolgende levering verbonden heeft, is, indien het reeds geleverde niet betaald wordt, niet gerechtigd zonder de ontbinding der overeenkomst in rechten te vorderen, verdere leveringen te staken. — Rechtb. Rotterdam 17 December 1892; W. 6285; R. W. v. N. 759.

1622. In geval eener bedongen levering in termijnen kan de verkooper de latere leveringen niet weigeren op grond van niet betaling van vroegere leveringen. Dit artikel toch moet worden beschouwd in verband met art. 1550 B. W. en dan blijkt, dat de woorden van dit artikel niet kunnen beteekenen, dat de verkooper de waar niet behoeft te leveren, alvorens de kooper den prijs heeft betaald, maar, zooals er ook staat, indien de kooper den prijs niet betaalt, nl. ten tijde der levering, dat niet anders beteekent dan bij of te gelijk met de levering. — Rechtb. Almelo 16 Januari 1901; W. 7603.

1623. Waar dit artikel bepaalt, dat de verkooper niet verplicht is het goed te leveren, indien de kooper den koopprijs niet betaalt en de verkooper hem geen uitstel van betaling heeft toegestaan, is aan het voorschrift van dit artikel voldaan, indien de kooper, waar hij sommeert tot levering van het door hem gekochte, te gelijk aanbod van betaling doet, waardoor hij zijn wil om

Sluiten