Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te vragen, maar verwerkt hij zijn recht op schadeloosstelling wegens de te late levering niet. — Rechtb. Rotterdam 1 April 1896; W. 6857.

1645. De kooper, die zijne vordering tot ontbinding der koopovereenkomst grondt op de onvoldoende levering door den gedaagde van het door dezen verkochte, moet bij de ontkentenis door den gedaagde van de onvoldoende levering bewijzen, dat het door den verkooper gezondene niet voldoet aan de overeenkomst. — Rechtb. Zutfen 21 October 1897; W. 7092.

Art. 1517.

1646. Als eene drachtige koe is verkocht, doch vóór de levering heeft gekalfd, moet het kalf met de koe worden geleverd. — Hof Arnhem 18 Mei 1881; N. R. B. 1881, B. 107.

1647. Indien bij overeenkomst is aangewezen eene plaats tot levering eener verkochte zaak, moet dit ook gelden voor alles, wat tot die zaak behoort.

Waar overeengekomen is op eene bepaalde plaats eene kalfdragende koe te leveren, voldoet de verkooper niet aan zijne verplichting door, terwijl intusschen de koe gekalfd heeft, alleen de koe en niet ook het kalf te leveren. — H. R. 10 Februari 1882; W. 4744; v. d H., B. R. XLVII, no. 1758, 177.

1648. Een verkooper is niet verplicht te voldoen aan een door den kooper tot hem gerichte sommatie om rekening en verantwoording te doen van de vruchten, verschuldigd van den dag van verkoop tot dien der levering en om het saldo integraal en zonder beperking af te geven, indien de verkooper tegen die gevorderde afgifte van de vruchten kan doen gelden de lasten daarvan over het

gevraagd tijdstip van afgifte alsmede de renten van den koopprijs van den dag van verkoop tot dien der levering. De verkooper. die aan gemelde sommatie niet voldoet, doch overigens zijne verplichting tot het doen van rekening en verantwoording erkent, moet niet in de kosten, vallende op de vordering tot het doen van rekening en verantwoording worden veroordeeld, maar moeten die tot de einduitspraak worden gereserveerd. — Rechtb. 's-Gravenhage 11 Januari 1889; W. 5731.

1649. Bij het beding „dat de goederen zijn verkocht in zoodanigen toestand als waarin zij zich thans bevinden en zich uitstrekken, met alle daartoe behoorende, lijdende, zichtbare en onzichtbare erfdienstbaarheden en gerechtigdheden", kan de uitdrukking gerechtigdheden niet worden gezegd in zich te sluiten het begrip van bezitrecht. — Rechtb. Maastricht 1 Maart 1894; W. 6564.

Art. 1518.

1650. Indien zijn verkocht zekere waren, voorzien van een bepaald merk, kan de verkooper niet volstaan met de levering van die waren zonder dat merk, al zijn de oorsprong en qualiteit ook dezelfde. — Rechtb. Amsterdam 22 April 1880; W. 4587; N. R. B. 1880,217. Dezelfde Rechtb. 17 Juni 1880; W. 4604; P. v. J. 1880, 40.

1651. De kooper, die geleverde goederen heeft aangenomen en voor zijn bedrijf behouden, is niet meer bevoegd van den verkooper schadevergoeding te vorderen op grond, dat aan de goederen een fabriekmerk is gegeven, hetwelk daaraan niet toekwam. — Hof Amsterdam 28 Maart 1884; P. v. J. 1884, 21.

1652. Het handelsgebruik vordert dat bij de afzending van gefabriceerde goe-

Sluiten