Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1714. De wet verstaat onder verborgen gebreken alle ongewone hoedanigheden, welke het gewoon gebruik van het verkocht voorwerp, waartoe het bestemd is, beletten of verminderen. — H. R. 7 November 1879; W. 4441; v. d. H., B. R. XLIV, 1649, 296; N. R. B. 1880, 79. Rech tb. Leeuwarden 7 April 1898; W. 7169.

1715. 'Een paardenhandelaar moet geacht worden paarden te koopen voor al zoodanig werk, als in het algemeen van een paard kan gevorderd worden. Wanneer dus zoo'n handelaar ter zake van een door hem gekocht paard eene vordering instelt tot vrijwaring voor verborgen gebreken, moet, ook al wordt het niet in de dagvaarding gesteld, worden aangenomen dat het paard bij den koop de vooraangeduide bestemming had. — Rechtb. Alkmaar 18 Februari 1904; Mb. Dw. XXII, 55.

1716. Het feit, dat een als driejarig verkocht paard slechts twee jaar oud is, levert niet op een verborgen gebrek. Immers onder „gebrek" moet worden verstaan die ongewone hoedanigheid van een voorwerp, welke het gewone gebruik, waartoe het bestemd is, belet of vermindert, onverschillig welke de oorzaak dezer hoedanigheid zij. — Rechtb. Groningen 20 Mei 1904; W. 8084. Cassatie verworpen H. R. 27 Januari 1905, concl. conf.; W. 8174; P. v. J. 1905, 414; N. R. CXCIX, 133.

1717. De verplichting tot vrijwaring wegens verborgen gebreken is niet uitgesloten, als een hoeveelheid goederen die alleen ten aanzien der soort bepaald zijn, verkocht is. De kooper, die zich buiten de mogelijkheid heeft gesteld om het goed terug te geven, heeft daardoor zijn recht op de actio redhibitoria verwerkt. — Rechtb. Amsterdam 29 Juni 1888; P. v. J. 1888, 104.

1718. Het beding in een koopcontract van een paard, dat de kooper het dier gedurende veertien dagen op de proef zal kunnen houden, ontslaat den verkooper niet van de verplichting om den kooper ter zake van verborgen gebreken te vrijwaren. — Rechtb. Rotterdam 18 Mei 1896; W. 6861.

1719. Ook ingeval van koop op monster heeft de kooper de actie tot vrijwaring ter zake van verborgen gebreken; immers, de goedkeuring van het monster behoeft slechts gegrond te zijn op een onderzoek, zooals dat van iederen voorzichtigen kooper gevraagd kan worden en dat niet zoo diep behoeft te gaan, dat het tot de ontdekking van verborgen gebreken leidt. — Rechtb. Amsterdam 2 Juni 1899; P. v. J. 1899,79.

1720. De vraag of snuivende dampigheid een verborgen gebrek is, behoeft niet te worden beslist, als niet is bewezen, dat een verkocht paard, vóór den dag van verkoop aan die kwaal leed. — Hof 's-Gravenhage 11 April 1881; W. 4739.

1721. Indien blijkt, dat een paard is gestorven aan acuten kolder, voortgesproten uit chronischen kolder die het op het oogenblik van den verkoop reeds had, moet de actio redhibitoria door den kooper ingesteld, worden toegewezen. — Kantong. Hoogeveen 20 Februari 1893; Mb. Dw. IX, 7.

1722. Waar de eischer stelt, dat een gekocht paard korten tijd na de levering bleek te lijden en nog lijdt aan een slepend ademhalingsgebrek, hetwelk een verborgen gebrek is, dat bestaan heeft op het oogenblik van den koop en ten gevolge waarvan het dier ongeschikt is voor het gebruik, waartoe het was bestemd en eischer, als hij met dat gebrek bekend was geweest, dat paard niet zou hebben

Sluiten