Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 1546.

1761. Eene koe moet worden geacht tengevolge van verborgen gebreken te zijn vergaan, als zij, na geslacht te zijn, blijkt te lijden aan parelziekte en dientengevolge haar vleesch door den gemeentekeurmeester wordt afgekeurd en op diens last begraven — Kantong. Druten 24 December 1887; W. 7312.

1762. Onder „vergaan tengevolge van verborgen gebreken" wordt in dit artikel niet begrepen het slachten van eene koe, ook al moge de aanwezigheid van een verborgen gebrek aanleiding tot het slachten hebben gegeven. — Kantong. Amsterdam no. 4, 31 Januari 1899; W. 7301; Mb. Dw. XII, 5.

1763. Dit artikel is ook van toepassing, indien het verkochte bestaat uit meerdere voorwerpen en één daarvan vergaat. — Kan tong Groningen 19 April 1886; W. 5348.

1764. Indien een deel der goederen waarvan gezegd wordt, dat er een verborgen gebrek aan kleefde door toeval is vergaan, is de kooper, die niet omschrijft welk deel vergaan is en evenmin aanbiedt het niet vergane deel terug te geven, niet ontvankelijk in zijne vordering tot teruggave van den koopprijs. — Rechtb. Amsterdam 30 Juni 1893; W. 6402.

1765. Ingeval eener actio redhibitoria is de eischer niet gehouden aan den verkooper terug te geven, althans aan te bieden wat er nog van de vergane zaak over is. — Kantong. 's-Gravenhage 13 Januari 1893; Mb. Dw. IX, 4

1766. Dit artikel geeft aan den kooper voor het daarbij voorziene geval niet eene nieuwe vordering naast de vorde¬

ringen in art. 1543 B. W. vermeld, maar dient slechts om vast te stellen, dat het recht om den koopprijs terug te vorderen onverlet blijft, indien de zaak vergaan is door de verborgen gebreken zelve. — Rechtb. Rotterdam 30 Mei 1904; W. 8140.

Art. 1547.

1767. De korte tijd, binnen welken de actio quanti minoris moet worden ingesteld, moet gerekend worden van het tijdstip, dat de gekochte goederen in gebruik genomen zijn, als het verborgen gebrek eerst door het gebruik kan gekend worden. — Rechtb. Amsterdam 20 Februari 1891; P. v. J. 1891, 44.

1768. De korte termijn van dit artikel begint met den dag van den verkoop of met den dag der levering, maar niet met den dag van de ontdekking van het gebrek. — Rechtb Zwolle 7 December 1881; W. 4823.

1769. Al is bij dit artikel niet bepaald, van wanneer de tijd tot het instellen der actie begint te loopen bestaat er geen afdoende reden om een ander uitgangspunt aan te nemen dan bij art. 1490 B. W. is vastgesteld. — Rechtb. Zwolle sinedie;P. v J. 1881,52.

1770. De termijn van dit artikel loopt'van het tijdstip der ontdekking van het gebrek. — Rechtb. Leeuwarden 3 September 1892; W. 6345. Kantong. Appingedam 31 Augustus 1892; P. v. J. 1893, 49; Mb. Dw. IX, 5. Kantong. Dokkum 27 Februari 1895; W. 6701; P. v. J. 1895, 33. Bechtb. Amsterdam 23 Januari 1896; W. 6492. Rechtb. Groningen 28 Januari 1898; W. 7908; Mb. Dw. XIV, 3. Kantong. Amsterdam no. 4, 31 Januari 1899; W. 7301; Mb. Dw. XII, 5. Rechtb. aldaar 27 Maart

Sluiten