Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbindt om te betalen, al naar mate hij gelden beschikbaar heeft, bestaat rechtsgeldig; krachtens haar is de verkooper niet bevoegd den kooper rauwelijks te dagvaarden; hij moet genoegen nemen met een aanbod des koopers om den koopprijs in driemaandelijksche termijnen af te lossen. — Rechtb. Rotterdam 7 Juni 1890; W. 5909; P. v. J. 1890, 68.

1837. Bij eene koopovereenkomst hangt de betaling van den koopprijs niet af van de eigendomsoverdracht, maar van de bij de overeenkomst ten aanzien der betaling gemaakte bepalingen. — Rechtb. Amsterdam 29 Januari 189-2; W. 6177.

1838. De verkooper van een onroerend goed heeft na de feitelijke levering het recht om betaling van den koopprijs te vorderen, ook al is de koopakte nog niet gepasseerd. — Rechtb. Groningen 28 October 1892; P. v. J. 1893, 17.

1839. Niet alleen door den koopprijs

niet te betalen, kan de kooper wanpraestatie plegen, maar ook door niet te voldoen aan andere verplichtingen, die voor hem uit de koopovereenkomst voortvloeien. Waar iemand heeft gekocht

een aantal goederen volgens zijne keuze en volgens nader op te geven specificatie, daar rust op den kooper de verplichting tot het doen der keuze omtrent de verdeeling. — Rechtb. Amsterdam 8 September 1893; P. v. J. 1893, 103.

1840. Een kooper kan, als de verkoopers erkennen niet te willen voldoen aan de overeenkomst, ook zonder voorafgaande betaling, mits met aanbod van betaling, tot nakoming ageeren. — Rechtb. 's-Hertogenbosch 25 Mei 1894; W. 6582; W. v. N. R. 1314.

1841. Betaling van den prijs kan niet

op grond van niet behoorlijke levering geweigerd worden, indien vaststaat, dat geheel overeenkomstig de bestelling geleverd werd en het niet voldoen van het geleverde aan de schuld van den kooper geweten moet worden. — Hof Amsterdam 7 Juni 1895; W. 6716.

1842. Iemand, die aan een fabrikant onbeperkte volmacht geeft om zekere zaken te fabriceeren, is wel bevoegd die opdracht steeds in te trekken, maar blijft dan kooper van — en moet mitsdien betalen de zaken, die de fabrikant op het oogenblik der opzegging ter verzending gereed had. — Hof Amsterdam 14 Februari 1896; W. 6818.

1843. De eischer, die bij dagvaarding eenvoudig vraagt betaling van den koopprijs van geleverde goederen, is in die vordering niet ontvankelijk, indien blijkt, dat die vordering hem toekomt, deels als liquidateur eener ontbonden vennootschap, op wien alle baten daarvan zijn overgegaan, deels wegens goederen voor eigen rekening verkocht, zonder te hebben opgegeven, wat hij uit deze twee verschillende hoofden afzonderlijk te vorderen had. — Rechtb. Rotterdam 21 October 1898; W. 6955.

1844. Betaling bedongen bij transport kan niet worden gevorderd, zoolang het transport niet heeft plaats gehad. Ook bij weigering om tot het transport mede te werken, kan geene betaling gevorderd worden. — Rechtb. Almelo 11 Januari 1900; W. 7491; Not. W. 55.

1845. M. A. H. L. van Lier. Afbetalingscontracten. — Ac. Pr. Utrecht 1892. Beoord. door mr. H. Ph. de Kanter in R. M. XII, 129 en door mr. A. Tak in W. 6260.

1846. H. L. Hemsing. Afbetalings-

Sluiten