Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 1551.

1882. Dit artikel is toepasselijk als de verkochte zaak uit haren aard vruchten voortbrengt, onafhankelijk van de vraag of zij werkelijk vruchten voortgebracht heeft. — Rechtb. Groningen 28 October 1892; P. v. J. 1893, 17.

1883. Dit artikel onderscheidt niet tusschen verkoop a contant en verkoop op crediet. Ook is het onverschillig of de zaak werkelijk vruchten heeft voortgebracht; het is alleen de vraag of zij dit had kunnen doen. — Rechtb Breda 9 Mei 1899; W. 7482; Mb. Dw. XYI. 5.

Art. 1552.

1884. De kooper, die het gekochte wederom aan een ander verkocht en geleverd heeft, kan geen beroep meer op dit artikel doen, ten einde de betaling van den koopprijs op te schorten. — Rechtb. 's-Gravenhage 22 Maart 1889; W. 5716; N. M. v. H , I, 297.

1885. Het beding in een koopcontract, „Geen betaling heeft plaats, dan als het bewijs is geleverd, dat op het verkochte goed geen hypothecaire inschrijvingen of andere schuldvorderingen bestaan", moet geacht worden de strekking te hebben, dat ingeval van uitwinning, de verplichting tot betaling der kooppenningen onvoorwaardelijk zal vervallen. Dit artikel is toepasselijk, als een hypothecaire crediteur gebruik maakt van de onherroepelijke volmacht bij art. 1223 B. W. bedoeld. — H. R. 24 Januari 1890; W. 5827; W. v. N. R. 1058; T. v. N. VIII, 3; R W. v. N. 675; P. v. J. 1890, 18; N. R. CLIV, 54; v. d. H., B. R. LYI, 26.

1886. De bewering, dat art. 1552 B. W. behoort tot de bepalingen die de executie

der proceskosten regelen is onjuist. — H. R. 4 April 1907, concl. conf.; W. 8514; P. v. J. 1907, 632; N.R CCV,381.

Art. 1553.

1887. Partijen zijn volkomen bevoegd bij overeenkomst te bepalen, dat, indien bij de levering geene betaling plaats vindt, de koop en verkoop, hetzij als niet tot stand gekomen, hetzij als van rechtswege en zonder rechterlijke tusschenkomst ontbonden zal worden beschouwd. — Hof Arnhem 16 Februari 1881; W. 4646 H. R. 2 December 1881 ; W. 4717.

1888. Verkochte, doch niet betaalde goederen zijn slechts het voorwaardelijk eigendom van den nieuwen eigenaar. — Hof Leeuwarden 6 December 1880 Bev. door H. R. 16 December 1881, concl. conf.; W. 4721; N. R. B. 1882, B. 147.

1889. De her veiling voor risico van den in de betaling nalatigen kooper met zijne aansprakelijkheid voor het nadeelig prijsverschil, bevat niets wat strijdt met de wet, de openbare orde of de. goede zeden. — Hof Amsterdam 11 Maart 1881; P. v. J. 1881, 16. Bijb.

1890. De omstandigheid, dat de verkooper het verkochte nog niet heeft betaald aan zijn auteur, levert een gegronde vrees op voor den kooper om stoornis te vreezen met het oog op de actie van dit artikel. — Hof Leeuwarden 24 September 1884; W. 5203.

1891. De partij, die vergeefs getracht heeft hare wederpartij tot betaling van den koopprijs van het aan haar verkocht onroerend goed te noodzaken, kan nog daarna de ontbinding der overeenkomst van koop en verkoop vorderen — H. R. 6 Januari 1888, concl. conf.; W, 5504; R. W. v. N. 611.

Sluiten