Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AVZtl

kan de kooper die effecten als eigenaar verkoopen, zonder daardoor rekenplichtig te worden aan den verkooper. — Hof 's-Gravenhage 29 Januari 1883; R. W. v. N. 483.

Art. 1559.

1912. Ingeval van verkoop krachtens onherroepelijke volmacht van een vastgoed, dat verkocht was onder het beding van wederinkoop moet de kooper worden beschouwd als tweede kooper in den zin van dit artikel, en kan mitsdien het recht van wederinkoop ook tegen hem worden uitgeoefend. — Rechtb. Maastricht 23 Februari 1899; W. 7277; W. v. N. R. 1544; T. v. N. XVII, 152; vernietigd door Hof 's-Hertogenbosch 25 Juli 1899; W. 7320; T. v. N. XVII, 154; (arr. Hof bevestigd door het volgende arr. H. R.).

1913. Een recht van wederinkoop ten aanzien van eenig onroerend goed, gevestigd, nadat op dat goed een hypotheek was verleend, kan niet worden uitgeoefend tegen den persoon, die in geval van verkoop krachtens onherroepelijke volmacht dat goed koopt. — H. R. 20 April 1900, concl. conf.; W. 7435; P. v. J. 1900,

43; Not. W. 36; v. d. H., B. LXVI, 190; W. v. N. R. 1604.

Vijfde Afdeeling.

Bijzondere bepalingen betrekkelijk den koop en verkoop van inschulden en andere onlichamelijke rtgten

Art. 1569.

1914. Bij de ontbinding eener ven¬

nootschap onder eene firma en de voortzetting derzelfde zaak onder eene nieuwe firma, moet de titel van overgang van elk der baten en lasten van de vroegere vennootschap, wat de inschulden betreft, als eene rechtsgeldige overdracht worden

1350

beschouwd. — H. R. 4 Februari 1887; W. 5399; R. W. v. N. 592.

1915. Bij overdracht van eene hypothecaire schuldvordering wordt evenmin gevorderd eene inschrijving in dehypotheekregisters ten name van den nieuwen verkrijger, als eene overschrijving der akte van overdracht in die registers. — Rechtb Zutfen 15 November 1888; W. 5723; R. W. v. N. 153

1916. Indien wordt overgedragen de hypothecaire schuldvorderi-ng, waarvoor een crediet-hypotheek was verleend ten beloope van een zeker bedrag wegens voorgeschoten gelden, geleverde materialen, betaalde arbeidsloonen enz., maar uit de daarvan opgemaakte akte niet blijkt, dat bepaald aangewezen schuldvorderingen tot zekerheid waarvan de hypotheek verleend was, werden gecedeerd, zijn niet de vorderingen die de hypothecaire schuldeischer ten laste van zijn schuldenaar had, maar is alleen het recht van hypotheek tot zekerheid van bestaande of toekomstige schuldvorderingen tot een bepaald maximumbedrag overgedragen. — Rechtb. Rotterdam 22 Juni 1889; W. 5792; R. W. v. N. 665.

1917. Degene, die van een aannemer zonder eenige beperking diens vordering op den aanbesteder koopt, moet geacht worden te hebben verkregen niet alleen, wat de aannemer op het oogenblik der cessie had, maar ook wat hij later ter zake van die aanneming te vorderen krijgt. — Rechtb. Groningen 23 November 1900; W. 7594.

1918. Volgens dit artikel bevat de verkoop eener inschuld (waaronder bij analogie mag worden begrepen cessie eener inschuld) wel alles wat daartoe behoort, doch tot eene inschuld kan

Sluiten