Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestemming gebezigd heeft, behoudt het recht om zich op die beweerde contractbreuk te beroepen. — Rechtb 's-Gravenliage 7 November 1893; W. 6485.

1968. De verhuurder van een huis komt zijne verplichting uit dit artikel niet na, indien dat huis door Burgemeester en Wethouders, als niet voldoende aan de eischen van bewoonbaarheid door gemeenteverordening gesteld, is afgekeurd en de huurder wegens het niet voldoen aan het bevel tot ontruiming, strafrechtelijk is vervolgd en tot boete veroordeeld. — Rechtb. Zwolle 27 Januari 1897; W. 6973; W. v. N. R. 1446.

1969. Wanneer een bij voorraad uitvoerbaar en uitgevoerd vonnis tot ontruiming eener woning in hooger beroep wordt vernietigd en dus het huurcontract als nog bestaande wordt aangenomen, dan is die ontruiming eene handeling in strijd met de huurovereenkomst, die den verhuurder tot schadevergoeding verplicht. — Rechtb. Utrecht 3 October 1906; W. 8498.

1970. Art. 1586 B. W. legt aan iemand die kamers verhuurt, wel de verplichting op om den huurder het rustig genot van het gehuurde te verschaffen, maar niet om te dulden, dat de huurder op die kamers gelegenheid geve tot het plegen van ontucht. — H. R. 28 December

1908, concl. conf.; W. 8788; P. v. J.

1909, 811.

Art. 1587.

1971. De omstandigheid, dat de verhuurder vóór het einde der huur, den huurder tot ontruiming heeft genoodzaakt en begonnen is het gehuurde af te breken en de goederen des huurders daaruit te verwijderen, staat aan de actie tot opvordering van den huurprijs

niet in den weg. — Kantong. Groningen 17 September 1883; W. 4991.

1972. De huurder, die tegen den verhuurder ageert tot ontbinding der huurovereenkomst met schadevergoeding wegens het in onbewoonbaren staat leveren van het gehuurde, is niet verplicht vooraf dezen in gebreke te stellen en hem een termijn toe te staan om nog te praesteeren, zoo en in dier voege als hij tot die praestatie gehouden is. — Rechtb. Amsterdam sine die 1882; W. 4807; R. W. v. N. 451.

1973 Het waterdicht houden van een huis valt onder de verplichtingen, door de wet in artt. 1586 en 1587 den verhuurder opgelegd, tenzij de lekkages aan de schuld des huurders zijn te wijten. — Hof Arnhem 9 November 1881; W. 4748.

1974. De verhuurder moet zorgen, dat de schoorsteenen van een verhuurd huis behoorlijk trekken; hij kan zich aan die verantwoordelijkheid niet onttrekken, als een ander huurder van een gedeelte van hetzelfde huis dien schoorsteen heeft dichtgemaakt, juist omdat hij zoo slecht trok. — Kantong. Middelburg 18 September 1899; Mb Dw. XV, 7.

1975. Onder de verplichtingen den huurder incumbeerende krachtens zijne gehoudenheid, om het gehuurde in goeden staat op te leveren, moeten worden verstaan het doen aanbrengen der in art 1587 B. W. bedoelde reparatiën, waaronder het in orde houden van een tuin naar spraakgebruik en beteekenis niet valt. — Hof 's-Gravenhage 30 October 1905; W. 8335; P. v. J. 1906,520; W. v. N. R. 1893: W. v.Not.26.

1976. Uit de verplichting des verhuurders om het gehuurde in een goeden

Sluiten