Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2231. De verhuurder heeft het recht de ontbinding der overeenkomst te vragen, als de huurder niet voldoet aan de sommatie om het gehuurde van genoegzaam huisraad te voorzien of zekerheid te geven voor de betaling der huurpenningen. — Rechtb. Amsterdam 23 Augustus 1887; P. v. J. 1887, 38. Dezelfde Rechtb. 27 September 1888; P. v. J. 1888, 134; Mb. Dw. IV, 9.

2232. Ofschoon door den verhuurder in gevallen van het niet-voorzien van genoegzaam huisraad of van niet-onderhoud gedurende den huurtijd, waar zulks mocht zijn bedongen, vernietiging deihuur, ontruiming of schadevergoeding kan worden gevorderd, laat niettemin art. 1303 B. W. den verhuurder ook de keus om den huurder zoo mogelijk tot nakoming der overeenkomst te noodzaken. — Rechtb. Amsterdam 28 Februari 1906; W. v.N.R. 1928.

2233. Uit de algemeene beginselen en uit dit artikel volgt, dat bij eene overeenkomst van huur en verhuur, het huis bij het in werking treden van de overeenkomst, moet worden voorzien en blijven van het noodig huisraad, opdat de verhuurder daarop zijn voorrecht kan doen gelden, hetwelk hij heeft voor de huurpenningen niet alleen, maar bovendien voor de kosten van herstellingen waartoe de huurder verplicht is, mitsgaders voor alles wat op de nakoming van de huurovereenkomst betrekking heeft. — Rechtb. Amsterdam 1 Juli 1890; W. 5926.

2234. Krachtens dit artikel kan een huurder niet tot ontruiming van een gehuurd huis worden genoodzaakt, indien hij den verhuurder, wien hij geene huurpenningen schuldig is, betaling van den eerst verschijnenden termijn der huurpenningen heeft aangeboden en deze na

weigering van den verhuurder om die huurpenningen in ontvangst te nemen, geconsigneerd heeft. — Rechtb Amsterdam 2 Januari 1891; W. 5999; P. v. J. 1891, 50.

2235. De huurder is verplicht tot het einde van den huurtijd het gehuurde van genoegzaam huisraad voorzien te houden of voldoende zekerheid te geven voor de betaling der huurpenningen. — Rechtb. Utrecht 6 November 1895; W. 6729; T. v. N. XIV, 20.

2236. De verhuurder is niet bevoegd zonder voorafgaande in-mora-stelling de ontbinding der huurovereenkomst te vorderen, op grond dat de huurder de gehuurde woning niet van genoegzaam huisraad voorziet. — Rechtb. Amsterdam 25 Januari 1889; W. 5760; P. v. J. 1889, 48.

2237. De verhuurder, krachtens dit artikel de ontruiming van het gehuurde vorderende, wanneer de huurder het huis niet van voldoend huisraad voorziet of voldoende zekerheid geeft voor de betaling der huurpenningen, behoeft dezen niet vooraf in gebreke te stellen. — Rechtb. Haarlem 30 December 1902; W. 7939.

2238. De verhuurder kan vorderen ontruiming van een verhuurd huis, nadat hij den huurder in mora heeft gesteld wegens het niet voorzien zijn van het huis met genoegzaam huisraad, zonder dat hij den huurder de gelegenheid behoeft te geven alsnog binnen drie dagen na die sommatie aan gemelde verplichting te voldoen. De verhuurder moet genoegen nemen met zekerheid in plaats van huisraad, maar hij kan die zekerheid niet vorderen. — Rechtb. Amsterdam 8 October 1889; W. 5787; P. v.J. 1889, 138; R. W. v. N. 66.

Sluiten