Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is bepaald, dat bij gebreke van betaling op den bepaalden tijd, of bij nietnakomingvan een der pachtvoorwaarden, zoo de verhuurder dit verkiest, pachtbreuk zal geschieden, dan hebben partijen klaarblijkelijk de toepassing van dit artikel willen uitsluiten. — Hof 's-Gravenhage 2 December 1895; W. 6836.

2263. Waar door den verhuurder van een stuk land de ontbinding der overeenkomst met schadevergoeding wordt gevorderd, oj) grond, dat de huurder nalatig is gebleven in de nakoming zijner verplichting, bij de overeenkomst bepaald, kan de huurder de niet-ontvankelijkheid der vordering niet beweren, omdat hij rauwelijks en zonder voorafgaande sommatie gedagvaard is, indien bij de overeenkomst den verhuurder de bevoegdheid tot het instellen dier actie zonder eenig voorbehoud gegeven is en zonder deze van eenige in-mora-stelling afhankelijk te maken. — Rechtb. Haarlem 25 Juni 1889; W. 5764; Mb. Dw. V, 5. Bevest. door Hof Amsterdam 25 Mei 1890; W. 5897.

2264. Waar bij eene overeenkomst van huur en verhuur van landerijen, tusschen partijen is overeengekomen, dat bij niet-nakoming van een of meer verplichtingen door den huurder op zich genomen, de verhuurder de overeenkomst als ontbonden zal kunnen beschouwen, zonder ingebrekestelling, zijnde de huurder in dat geval niettemin verplicht tot voldoening van den geheelen huurprijs, is de verhuurder ontvankelijk in de vordering, waarbij hij met instandhouding der overeenkomst vergoeding vraagt van de schade, door de wanpraestatie van den huurder geleden — Rechtb. Winschoten 12 November 1890; W. 6107; R. W. v N. 627.

2265. Waar bij het huren van een

geheel landbouwersbedrijf, bestaande uit een groot aantal perceelen, één perceel gedurende een jaar minder goed behandeld is, daar kan deze behandeling de ontbinding der huurovereenkomst niet rechtvaardigen. — Rechtb. Breda 31 October 1893; W. 6435.

2266. De verplichting bij dit artikel opgelegd om het gehuurde te voorzien van beesten en bouwgereedschappen heeft niet uitsluitend ten doel den verhuurder een onderpand te geven. — Hof 's-Gravenhage 28 December 1892; W. 6289.

2267. De pachter, ofschoon bevoegd zijn vee te verkoopen, is niet gerechtigd al zijn vee tegelijk van de hofstede te verwijderen. — Rechtb. Utrecht 24 November 1893; W. 6461.

2268. De huurder 'van een boerenwoning met stallingen en land, tot ontbinding der huurovereenkomst aangesproken, wegens niet-naleving van het beding, dat hij gedurende den huurtijd zeker aantal koeien bij voortduring op het gehuurde zou houden, kan zich te zijner verdediging niet beroepen op het feit, dat het naleven van dit beding hem door den verhuurder onmogelijk zou zijn gemaakt doordat de koestalling in zoodanigen bouwvalligen en rotten toestand verkeerde, dat het vee daarin niet kon worden gestald, indien hij dien toestand niet op een of andere wijze ter kennis van denverhuurder heeft gebracht, opdat daarin zou kunnen worden voorzien. — H. R. 28 Februari 1896; W. 6780; P. v. J. 1896, 40; N. R. CLXXII, 240.

2269. Het enkele feit, dat de huurder eener hoeve deze gedurende slechts enkele dagen niet van voldoend veebeslag voorzien hield, levert geen voldoenden grond

Sluiten