Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2320. Een overeenkomst tot het bijwerken van boeken is eene arbeidsovereenkomst, wanneer het loon bij het uur is vastgesteld. — Kantong. Haarlem 28 Mei 1909; R. B. A , I, 15.

2321. De overeenkomst, waarbij de eene partij zich verbindt om tegen eene vaste som per maand voor een weekblad photo's te maken is geen arbeidsovereenkomst, omdat het gezagselement ontbreekt. — Kantong. Amsterdam I sine die; R. B. A., I, 15.

2322. De overeenkomst, waarbij de eene partij zich verbindt voor de andere partij tegen een bepaald loon teekeningen en bestekken te maken, ten behoeve van den bouw van twee huizen en voorts in dienst der andere partij de werkzaamheden te verrichten, die de leiding van den bouw der huizen zou medebrengen, is geen arbeidsovereenkomst, omdat hier geen sprake is van gedurende zekeren tijd arbeid te verrichten. — Kantong. Hilversum 9 October 1909; R. B. A., I, 16.

2323. Eene overeenkomst van huur van diensten, waarbij is bepaald, dat de werktijd zal zijn 63 uren per week is eene arbeidsovereenkomst en niet eene overeenkomst tot het verrichten van enkele diensten. — Kantong. Amsterdam I 24 December 1909; W. 8975; R. B. A., I, 25/26; Mb. Dw. 100.

2324. De persoon, die door een ander wordt aangesteld om in het buitenland te staan aan het hoofd eener filiaal der onderneming des anderen, zulks tegen een vast salaris en genot van provisie, js _ hoe groot zijne zelfstandigheid ook moge zijn — door eene arbeidsovereenkomst aan het hoofd der onderneming verbonden. — Kantong. Amsterdam I \ 8 Juli 1910; W. 9048; R B. A., II, 16/17.

2325. Niet alleen de physieke arbeid, maar ook hetgeen het intellect wrocht, kan het onderwerp eener aibeidsovereenkomst uitmaken, indien deze slechts de karakteristieke elementen omvat voor de arbeidsovereenkomst aangegeven. — Kantong. Alkmaar sine die; W. 9165.

Art. 1637c.

2326. De overeenkomst, waarbij de eene partij zich verbindt als werknemer een zeker werk voor de andere partij tot stand te brengen, die daarvoor aan den werknemer een vast bedrog per week zal uitbetalen, bevat zoowel de kenmerken van eene arbeidsovereenkomst als van eene aanneming van werk. Daar de bepalingen betreffende het eindigen der overeenkomst bij de arbeidsovereenkomsten bij de aanneming van werk onvereenigbaar zijn, moeten volgens art. 1637c B. W., de bepalingen omtrent opzegging van arbeidsovereenkomsten in dit geval worden toegepast. — Kantong. Hilversum 18 Augustus 1909; R. B. A., I, 17.

Tweede Akdkeling.

Van de arbeidsovereenkomst in het algemeen.

Art. 1637e.

2327. Wel kan in het geval, bedoeld in art. 1637e B. W., de godspenning in mindering van het verdiende loon worden gebracht, maar nergens kent de wet eene actie tot terugvordering van dien penning toe. — Kantong. Arnhem 9 Maart 1909; W. 8827.

2328. De godspenning maakt geen deel uit van het loon. — Kantong. Zuidbroek 12 Augustus 1909; R. B. A., I, 14.

Sluiten