Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vierde Afdeeling.

Van de verplichtingen des arbeiders.

Art. 1639.

2399. Het niet verschijnen op het werk tengevolge van de bijwoning eener stakersvergadering is eene schending van de arbeids-overeenkomst. — Kantong. Rotterdam III2-5 Juni 1909; R. B. A. 1,13.

2400. Iemand, aangenomen om de zaken eener timmermanszaak te bevorderen en teekeningen te maken, behoeft niet te timmeren. — Kantong. Rotterdam IE 5 Juli 1909; Mb. Dw. 96.

Art. 1639d.

2401. Wanneer een arbeider voor een bepaalde soort van arbeid is aangenomen, dan behoeft hij, behoudens bijzondere omstandigheden, geen anderen arbeid te verrichten. — Kantong. Enschedé 23 Juni 1910; W. 9018.

Vijfde Afdeeling.

Van de verschillende wijzen waarop de dienstbetrekking door arbeidsovereenkomst ontstaan, eindigt.

Art. 1639#.

2402. Wanneer niet gesteld wordt, dat eene arbeidsovereenkomst voor een bepaalden tijd is aangegaan, moet worden aangenomen dat gesteld is, dat zij werd aangegaan voor een onbepaalden tijd. — Kantong. Amsterdam I 24 December 1909; W. 8975; R. B. A. I 25/26; Mb. Dw. 1909, 100.

2403. Wanneer een arbeider is aangenomen voor een bepaald werk, met bepaling, dat de werkgever de dienstbetrekking zou kunnen doen eindigen, wanneer naar zijne meening het werk

geheel af was, dan is de duur der overeenkomst niet geheel onbepaald en kan de werkgever haar niet doen eindigen, door opzegging op den boven aangegeven grond, schoon inderdaad het werk nog niet geëindigd is. — Kantong Amsterdam IV 12 Maart 1909; R. B. A. I, 1.

2404. Wanneer een werkgever een arbeider met inachtneming van den opzeggingstermijn den dienst heeft opgezegd en dezen daarna gedurende den loop van dezen opzeggingstermijn op diens verzoek een bepaald werk opdraagt, dat de arbeider eerst eenige weken na het het verstrijken van den dag, waartegen opgezegd was, voltooit, is dit geen terugkomen op de opzegging, maar door de opdracht van bedoeld werk ontstaat eene nieuwe dienstbetrekking, welke zonder opzegging, met de voltooiing van het werk eindigt. — Kantong. Apeldoorn 5 Mei 1909; R. B. A. I, 6.

2405. Wanneer niet blijkt, dat de dienstbetrekking eene zoodanige is, die slechts op Zaterdagavond mag eindigen, moet ook worden aangenomen, dat zij op een behoorlijken termijn tegen iederen dag der week mag worden opgezegd — Kantong. Amsterdam IV 11 Juni 1909; R. B. A. I, 17.

2406. Met eene arbeidsovereenkomst voor onbepaalden tijd aangegaan, is eene lastgeving voor bepaalden tijd vereenigbaar. Mitsdien kan de werkgever zonder eenige schadeloosstelling te behoeven te betalen, de dienstbetrekking door opzegging op behoorlijken termijn doen eindigen, ook voordat de bij de lastgeving overeengekomen termijn is verstreken. — Kantong Delft 14 October 1909; R. B. A. I, 16.

2407. De opzegging, waardoor eene dienstbetrekking eindigt, moet zijn eene

Sluiten