Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2429. Staking zelf is niet eene beëindiging der arbeidsovereenkomst, wel geeft zij den werkgever recht om, óf wel die overeenkomst ex art. 1639^ sub 10 B. W. te verbreken, óf wel conform art. 1639a; B. W. ontbinding der overeenkomst met schadevergoeding te vorderen. — Kantong. Arnhem 9 Augustus 1910; R. B. A II, 16 en 17.

2430. Wanneer eene dienstbode wegens ziekte haar dienst verlaat, ten einde zich te laten verplegen, kan zulks in den regel niet als een doen eindigen der dienstbetrekking worden beschouwd. — Kantong. Heerlen 14 September 1909; R. B. A. I, 14.

2431. Eene dienstbode, die tegen het verbod van haren meester in, eenige uren uitgaat en daarna terugkeert, maakt geen einde aan de dienstbetrekking. — Kantong. Apeldoorn 26 Januari 1910; R. B A. II, 1.

2432. Na de onrechtmatige verbreking eener arbeidsovereenkomst kan hare ontbinding niet meer worden gevorderd. — Kantong. 's-Hertogenbosch 17 Juni 1909; R. B. A. I, 11.

2433. Het stelsel der wet en bepaaldelijk het verband tusschen art. 1639x en de artt. 1639o-w B. W. sluit uit de actie tot ontbinding eener arbeidsovereenkomst voor het geval aan de overeenkomst door een der partijen een einde is gemaakt. — H, R. 7 October 1910, concl. contr.; W. 906-5; R. B. A. II, 18 en 19; P. v. J. 1910, 990.

2434. Art 1639o B. W. (doen eindigen der dienstbetrekking zonder opzegging enz.) is ook toepasselijk op het geval, dat een werknemer nog niet in dienst is getreden. — Kantong, Enschedé 18 Maart 1909; W. 8814.

2435. In art. 1639o B. W. is uitsluitend gedacht aan eene reeds aangevangen dienstbetrekking. Mitsdien kan ook art. 1639r B. W. geene toepassing vinden, als de overeenkomst eigenmachtig verbroken is, vóórdat de dienstbetrekking ter uitvoering der overeenkomst is begonnen. — Kantong Zuidbroek 27 Mei 1909; R. B. A. I, 7 en 20 October 1910; R. B. A. II, 16/17. Anders Kantong. Steenwijk 22 Juni 1909; R. B. A. I, 11 en Kantong. Breda 11 Januari 1911; R. B. A. III, 4.

2436. Er kan niet worden aangenomen dat eene arbeidsovereenkomst door den werkgever onrechtmatig is beëindigd, wanneer ten aanzien van den arbeider door een opzichter wel maatregelen zijn voorgeschreven die een ontslag waarschijnlijk maken, maar toch niet met zoovele woorden ontslag is verleend. — Kan tong. Maastricht 30 Juli 1909; R. B. A. I, 12.

2437. Er kan geen sprake zijn van eene onrechtmatige verbreking, wanneer een arbeider slechts ter beëindiging eener vergevorderde karwei op uurloon was aangenomen en hij eenige uren vóór den afloop der karwei werd gewaarschuwd, dat deze ten einde liep. — Kantong. Leeuwarder* 11 September 1909; Mb. Dw. 95.

2438. Van een ontslag zonder opzegging uit eene dienstbetrekking kan geen sprake zijn, nu het ontslag eerst verleend werd zes dagen na het ontstaan der zoogenaamde dringende reden.—Kan tong. Enschedé 18 Maart 1909; W. 8814.

2439. Van eene dringende reden in den zin van art. 1639o B. W. kan geen sprake zijn, wanneer de dienstbetrekking eerst wordt opgezegd veertien dagen, nadat het feit plaats greep — Kan-

Sluiten