Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werkgever wordt verbroken, is deze verplicht buiten het vastgestelde loon den bediende schadeloos te stellen voor het niet ontvangen van fooien, in het bijzonder wanneer de kellner volledige schadevergoeding vordert. — Kantong. Haarlem 31 December 1909; R. B. A. I, 24.

2477. Wanneer voor het niet nakomen eener arbeidsovereenkomst een strafbeding bestaat, heeft ingeval van onrechtmatig ontslag, de ontslagene slechts de keuze tusschen deze boete en schadeloosstelling, maar kan hij krachtens art. 1343 B. W. niet beide vorderen. — Kantong. Amsterdam II 6 Januari 1910; R. B. A. I, 25/26.

2478. Wanneer volgens art. 1639i B. W. wordt gevorderd het bij art. 1639r bedoeld bedrag, kan niet daarenboven vergoeding voor kost en inwoning worden gevorderd. — Kantong. Amsterdam II 7 Juni 1910; R. B. A. II, 13.

In gelijken zin Kantong. Breda 11 Augustus 1909; R. B. A. II, 6.

Art. 1639i(.

2479. Art. 1639w B. W. is van openbare orde, zoodat de rechter hierop acht moet slaan, al is deze exceptie om de actie te doen afstuiten door den gedaagde niet geproponeerd. De fatale termijn in dat artikel aangegeven, neemt een aanvang van het tijdstip van het onrechtmatig beëindigen der dienstbetrekking. — Kantong. Alkmaar sine die; W. 9165.

Art. 1639w.

2480. Mr. H. Kingma Boltjes. Art. 1639w. — R. B. A. I, 10.

2481. De artt. 1639o en 1639'i B. \Y.

vinden geen toepassing wanneer de overeenkomst wordt opgezegd of verbroken, voordat de dienstbetrekking is begonnen. Ook dan kan echter de partij aan wie de overeenkomst wordt opgezegd, recht op schadevergoeding doen gelden. — Kantong. Haarlem 5 November 1909; R. B. A. I, 18.

2482. Het feit, dat een nieuwe arbeider op het vooraf bepaalde uur niet in dienst treedt, is voor den werkgever geen grond om de overeenkomst als ontbonden te beschouwen. — Kan tong. Amsterdam II 7 April 1910; R. B. A. II, 13.

Art. 1639.r.

2483. Mr. J. F. Houwing. Overmacht of onmogelijkheid. (Naar aanleiding van art. 1639x' van het ontwerp van wet op het arbeidscontract.) — R.M. XXIII, 250.

Zesde Afdeeling.

Van aanneming van werk.

Art. 1640.

2484. E. J. C. Goseling. Aanneming van werk Beschouwing naar aanleiding van de artt. 1640—1652 B. A\. — Ac. Pr. Amsterdam 1878.

2485. Al heeft iemand oogenschijnlijk twee verplichtingen op zich genomen, een tot levering van spiegelruiten en een tot plaatsing daarvan, dan moet toch uit de omstandigheid, dat voor beide slechts één prijs is bedongen, worden afgeleid, dat er is gesloten aanneming van werk, waarbij de aannemer plaatsing der ruiten met bij levering der grondstoffen op zich nam. In zoodanig geval kan de aannemer zijne contractueele verplichting niet in tweeën splitsen, namelijk levering en plaatsing, en niet door te beweren, dat hij de ruiten op

Sluiten