Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

architect opgemaakte begrooting, dan is er geene aanneming van werk, doch slechts eene opdracht tot uitvoering van dat werk op den grondslag dier begrooting. Er kan dan ook niet worden beweerd, dat ter zake van die uitvoering door den architect niet meer dan het bedrag der begrooting kan worden gevorderd. — Hof 's-Gravenhage 15 Maart 1909; W. 8870; P. v. J. 1909, 891.

2494. De verplichting van een aannemer om volgens de détailteekening te werken, brengt vanzelf mede de contractueele verplichting van den aanbesteder om die teekeningen te bekwamer tijd te verstrekken. — H. R. 21 Mei 1880; W. 4554; v. d. H., B R. XLY, no. 1679. In revisie bevestigd 2 Juni 1882; W. 4776.

2495. De aannemer kan de aanspraak van den aanbesteder op de bij het bestek bepaalde boete wegens te late oplevering niet bestrijden met de bewering, dat de vertraging het gevolg was van de omstandigheid dat de aanbesteder hem niet tijdig de voor de uitvoering van het werk benoodigde gegevens heeft verstrekt, indien hij den aanbesteder niet te dier zake in gebreke heeft gesteld. Indien de aanbesteder verplicht was zekere opgaven, teekeningen en détails aan den aannemer te verstrekken, kan als ingebrekestelling niet beschouwd worden een geschrift waaruit niet blijkt omtrent welke opgaven de aanbesteder met het verstrekken in verzuim zou zijn gebleven, omdat slechts op bepaalde tekortkomingen een mora kan worden gegrond. — Rechtb. Haarlem 26 Juli 1892. Hof Amsterdam 29 December 1893; P. v. J. 1894, 103.

2496. De vastgestelde prijs is een essentieel vereischte der overeenkomst van aanneming, als zoodanig kan ook

gelden dat de prijs aan de goede trouw van partijen of aan de begrooting des rechters kan worden overgelaten, Is echter de aannemingssom bepaald bij overeenkomst, dan kan die later niet meer door deskundigen worden begroot. — Rechtb. Rotterdam 21 Mei 1880; P. v. J. 1880, 43, Bijbl.

2497. Aanneming van werk is bestaanbaar, ook zonder daarbij vastgestelde prijsbepaling. In dat geval is het voor de bepaling van hetgeen den aannemer daarvoor toekomt, niet de vraag, welke materialen hij aan het werk gebruikt en hoeveel arbeid hij daaraan verricht heeft, maar welke materialen hij heeft moeten gebruiken en hoeveel arbeid hij heeft moeten verrichten voor eene behoorlijke uitvoering en oplevering van het door hem aangenomen werk. — Rechtb. Rotterdam 15 Januari 1906; W. 8504.

2498. Die een werk laat verrichten zonder vooraf den prijs daarvoor te bepalen of te doen bepalen, is niet gehouden om genoegen te nemen met den in rekening gebrachten prijs, maar heeft de bevoegdheid om dien prijs te betwisten, als te buiten gaande de perken der billijkheid met het oog op het verrichte werk. — Rechtb. 's-Gravenhage 20 December 1892; W. 6340.

2499. Hij, die den prijs van eenige werkzaamheden en leverantiën vordert als in daghuur opgedragen, moet tegenover de bewering van den gedaagde, dat gewerkt is krachtens aannemingscontract voor een bepaalden prijs, het bestaan der door hem ingeroepen overeenkomst bewijzen. — Hof Amsterdam 28 October 1887; W. 5535.

2500. Waar verschil bestaat over de vraag of tusschen partijen een daghuur

Sluiten