Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2524. Indien het werk is goedgekeurd en aanvaard, dan kan gedurende den onderhoudstermijn geen aanmerking worden gemaakt, die betrekking heeft op een pretense niet behoorlijke oplevering van het werk. — Kantong. Middelburg 27 Augustus 1900; Mb. Dw. XVI, 8.

Art. 1645.

2525. M. L. Andrée Wiltens. Eenige opmerkingen over art. 1645 B. W. — Ac. Pr. Utrecht 1882.

2526. Mr. G. Belinfante. De aansprakelijkheid van den bouwmeester bij dit artikel op tien jaren gesteld, ziet ook op de actie en niet alleen op de verantwoordelijkheid zelve, zoodat, als de actie niet binnen tien jaren is ingesteld, deze later niet ontvankelijk is. — W. 4497.

2527. Straf- en civielrechtelijke verantwoordelijkheid van technici bij de uitvoering van werken.

Preventieve optreding van staat en gemeente. (Verslag uitgebracht van de Vereeniging van burgerlijke ingenieurs).

— R. M. VI, 571.

2528. Dit artikel is niet van openbare orde, zoodat de aansprakelijkheid, waarvan aldaar sprake is, zeer goed door den aanbesteder kan worden overgenomen.

— Rechtb. Amsterdam 7 December 1880; P. v. J. 1881, 29, Bijbl.

2529. De aannemer, die op zich genomen heeft, een werk op oude muren te maken, kan de schade, veroorzaakt door de instorting van het werk, ten gevolge van den slechten toestand der oude muren, niet op den aanbesteder verhalen, ook al had hij dezen tegen het dreigend gevaar gewaarschuwd. — Rechtb. Amsterdam 6 Maart 1883; P. v. J. 1888, 23, Bijbl.

2530. Van de aansprakelijkheid van bouwmeesters en aannemers, geregeld in art. 1645 B. W. kan slechts sprake zijn, wanneer het bouwwerk aan den aanbesteder is opgeleverd en door dezen is goedgekeurd. — Hof 's-Gravenhage 30 Juni 1904; W. 8134; P. v. J. 1904,395.

2531. Art. 1645 B. W. geeft aan den eigenaar de actie tot schadevergoeding tegen bouwmeesters en aannemers gedurende een tijdsverloop van tien jaren, alleen dan, wanneer het aangenomen gebouw geheel of gedeeltelijk „vergaat", hoedanig „vergaan" taalkundig alleen kan worden verstaan als vernietiging geheel of ten deele, b.v. door instorting. Die actie komt dus niet toe aan den eigenaar op grond dat zich ernstige gebreken in de constructie, die op een spoedig verval wijzen, aan het gebouwde hebben geopenbaard. — Rechtb. Arnhem 21 Februari 1907; W. 8645.

Art. 1646.

2532. Het geven van meerderen omvang aan een reeds begonnen werk kan niet anders genoemd worden dan het maken van zoodanige veranderingen, bijvoegingen of vergrootingen, die als bijwerk moeten worden aangemerkt en waarvoor naar art. 1646 B. W. aan den aannemer zonder nader schriftelijke overeenkomst geene actie toekomt. — Rechtb. Amsterdam 12 Juli 1881; P. v. J. 1881, 50.

2533. Dit artikel is alleen toepasselijk bij de betrekking tusschen den eigenaar van den grond' en den aannemer, niet bij die tusschen den aannemer en den onderaannemer van een deel van het werk; bovendien schijnt het meer te doelen op veranderingen en verhoogingen door den aannemer op eigen gezag gemaakt, dan op die welke krachtens nadere overeenkomst tusschen par-

Sluiten