Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de hoegrootheid van het bedongen loon. — Rechtb. Amsterdam 17 December 1891; W. 6155; P. v. J. 1892, 48; Mb. Dw. VIII, 4.

2607. Als iemand een zaak ter herstelling onder zich heeft en daarop het recht van retentie uitoefent, kan alleen de eigenaar dier zaak door zekerheid te stellen, dat retentierecht doen vervallen en mitsdien de zaak terugvorderen. Deze actie komt dus niet toe aan den schipper, die eens anders schip bevaart, tegen den scheepsbouwmeester, die dat schip ter herstelling heeft gehad. — Rechtb. Rotterdam 22 Juni 1896; P. v. J. 1896, 82.

2608. Als iemand een locomobiel ter reparatie onder zich heeft, en hij wordt door den eigenaar gesommeerd om haar terug te geven, dan kan hij die teruggave niet weigeren op grond, dat niet tevens de betaling van het werkloon wordt aangeboden, Immers, het feit, dat de eigenaar zijne verplichtingen niet nakomt, ontslaat hem, hersteller, niet van de naleving der op hem rustende verplichtingen. — Rechtb. Amsterdam 26 November 1896; W. 7005.

2609. Gesteld al, de aannemer van het bouwen van een schip kon zich op dit artikel beroepen, dan kan hij daaraan nog nimmer het recht ontleenen, om, als van hem geen oplevering zonder betaling gevorderd is, den termijn van oplevering niet in acht te nemen. — Hof Arnhem 24 Mei 1899; W. 7339.

2610. Het recht van retentie in dit artikel, aan den arbeider toegekend, komt hem slechts toe, wanneer hij eenigen arbeid aan het goed heeft verricht, dus niet wanneer hij dat goed uit een schip heeft gelost. — Rechtb. Rotterdam 3 Juni 1908; W. 8679.

ACHTSTE TITEL.

Van het recht van beklemming.

Art. 1654.

2611. Mr. H. Prima. De bevoegdheid van den beklemden meijer om bij testament over de beklemming te beschikken.

— W. 5513.

2612. Mr. S. Gratama. Het beklemrecht in zijne geschiedkundige ontwikkeling. — Groningen 1893. Aangek, door mr. A. K. P. Land in P. v. J. 1893, 95.

2613. Mr. H. J. Hamaker. Het beklemrecht in zijne geschiedkundige ontwikkeling door mr. S. Gratama. — W. v. N. R. 1371, 1372 en 1373.

2614. Mr. S. Gratama. De jongste jurisprudentie in zake het beklemrecht

— T. v. P., N. en F., II, 27.

2615. Mr. S. Gratama. Het jongste

feit in de geschiedkundige ontwikkeling van het beklemrecht. — T. v. P., N.en F., V, 124.

2616. Mr. S. Gratama. Eene beklemrechtelijke quaestie. — R. M. VIII, 97.

2617. Mr. W.Tonckens J.Lzn. Zoogenaamde beginselen van beklemrecht. — R.'M. III, 557.

2618. Mr. W. Tonckens J.Lzn. Het recht van beklemming en de staatsresolutiën. — R M. IV, 109, 249.

2619. H. W. J. Iets over het recht van beklemming. — R. en W. XXX, 1.

2620. Mr. N. F. van Nooten. Het beklemrecht in de provincie Groningen. Ontwerp van wet met memorie van toelichting. — R. en YV. XXX, 228.

Sluiten