Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2767. C. Ö. Segers. Donner etretenir ne vaut. Art. 1703—1710 B. W. — Ac. Pr. Leiden 1889. Beoord. door mr. H. L. Drucker in R. M. VIII, 331.

2768. Ph. B. Libourel. Schenking. — Ac. Pr. Leiden 1905. Aangek, door mr. A. E. Schouten in W. 8360; door mr. H. van Goudoever in R. M. XXVI, 187; door prof. mr. C. O. Segers in W. v. N. R. 1942.

2769. Er heeft geene schenking plaats indien iemand, zij het ook onverplicht een hypotheek verleent tot zekerheid van gelden, die aan een derde ter leen worden verstrekt. — H. R. 23 December 1881; W. 4724.

In denzelfden zin Rechtb. Rotterdam 1 November 1880; W. 4586.

2770. De bevoordeeling van den kooper, zelfs voor meer dan waarover de verkooper bij wege van schenking zou hebben mogen beschikken, maakt op zich zelf de overeenkomst niet tot een verborgen schenking, noch kan op grond van den lagen koopprijs met een schenking worden gelijk gesteld, te minder als in die overeenkomst, de bedoeling om te schenken, niet is te vinden. — Rechtb. Arnhem 22 November 1880; W. 4720; W. v. N. R. 683; R. W. v. N. 432.

2771'. De overeenkomst, waarbij onroerende goederen ver beneden de waarde worden overgedragen, kan ten aanzien van die goederen zeer goed zijn voor een deel een koop en verkoop en voor een deel eene vermomde schenking. — H. R. 22 Mei 1885; W. 5175; R. W. v. N. 535; P. W. 7470.

2772. De akte, waarbij landerijen worden verkocht tegen een verdichten prijs met bepaling, dat die prijs zal

Cbemers, Aant. B. W.

worden betaald in jaarlijksche termijnen niet grooter dan de gewone huurprijs, is eene verdichte schenking. — Hof 's-Hertogenbosch 29 April 1890; R. W. v. N. 693.

2773. Eene overdracht krachtens verkoop onder beding van wederinkoop is, hoe laag de koopprijs ook zij, geene overdracht om niet, noch eene onherroepelijke overdracht. Die handeling kan dus ook niet als schenking worden beschouwd. — Rechtb. Zwolle 20 April 1904, W. 8087; W. v. N. R. 1809.

2774. Indien in een notariëele akte van koop en verkoop vermeld staat, dat de koopsom betaald is en daarvoor kwijting is gegeven, doch die betaling in werkelijkheid bestaat in de gelijktijdige afgifte van een onderhandsche obligatie, dan kan er geen sprake zijn van een liberalitas van den verkooper jegens den kooper, nu niet blijkt op welke wijze de obligatie, die niet meer te vinden is, uit de wereld is geraakt. — Hof Leeuwarden 17 Juni 1885; W. 5247; R. W. v. N. 556.

2775. Schenkingen tusschen verloofden kunnen na de verbreking van het engagement niet worden teruggevorderd. — Kantong. Leiden 18 Juni 1887; Mb. Dw. III, 5.

2776. Schenking verliest haar karakter niet, zoo bewezen diensten daarvan de beweegredenen zijn. — Rechtb. Amsterdam 28 Juni 1887; P. v. J. 1888, 39. Hof Amsterdam 28 December 1888; W. 5696; P. v. J. 1889, 17; W. v. N. R. 1009; R. W. v. N. 648.

2777. Het toekennen van een levenslang weekgeld aan eene dienstbode voor bewezen diensten, kan wel het karakter van eene schenking hebben, maar be-

49*

Sluiten