Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schenkingen tusschen echtgenooten en de legitieme portie. — W. v. N. R 1116.

r\i-rr> - xx t r\ ...... r/".. . . 1. x j.

4too. xi. o. veraten. /jij 11 euiitgenuuucu

nooit beperkt in hunne bevoegdheid om door middel van een levensverzekering-contract elkander te bevoordeelen ? Neen. — W. v. N. R. 1056.

UI 1 / vy Y UHU T V/X UVHVi ^ O ^ Ö

door den man ten behoeve van zijne | vrouw voor een bij de polis bepaald bedrag om aan haar bij zijn overlijden te worden uitgekeerd maakt geen deel uit noch van de gemeenschap van goederen, noch van de nalatenschap van den man op wiens lijf de verzekering was genomen en de levensverzekering evenmin als de betaalde premiën zijn schenkingen door den man staande huwelijk aan zijne vrouw gedaan de laatsten waren persoonlijke schulden van den man aan den verzekeraar. — H. R. 29 Juni 1888; W. 5588; P. v. J. 1888, 96; W. v. N. R. 969; R. W. v. N. 627; N. R. CXLIX, 339. Hof Amsterdam 9 December 1887; W. 5550; P. v. J. 1888, 5; W. v. N. R. 969; R. W. v. N. 619 en 624. Rechtb. Utrecht 31 Maart 1886; W. 5274; P. v. J. 1886, 18 en 21; W. v. N. R. 834.

2787. Hangende eene procedure tot echtscheiding kan een der echtgenooten geen afstand doen van de rechten voor haar uit de huwelijksche voorwaarden voortspruitende. Zoodanige overeenkomst is in strijd met de bepaling van art. 204 B. W. en wordt ook gewraakt door art. 1715 B. W. — Hof Arnhem 4 Maart 1908; W. 8817; W. v. Not. 186; W. v. N. R. 2051.

Art. 1717.

2788. Ook voor de giften van hand tot hand, waarvan in art. 1724 B. W.

de rede is, wordt de koninklijke machtiging vereischt. — H. R. 25 Maart 1887; W. 5451; W. v. N. R. 931; R. W. v. N. 608; P. W. 7427; T. v. N. V, 177a.

2789. Ofschoon volgens art. 1724 B. W. de daarbij bedoelde giften geene akten vereischen en van kracht zijn door de enkele overgifte aan den begiftigde of aan een derde, die het gegevene voor hem aanneemt, moet dit artikel slechts als eene uitzondering worden beschouwd op den strengen eisch door de wet ten aanzien van de vorm van schenkingen in het algemeen gesteld, zoodat dit artikel niet wegneemt, dat die giften, wat hun wezen betreft, zijn en blijven schenkingen in den zin der wet, op welke alle overige voor schenkingen geldende wetsbepalingen, speciaal ook die van art. 1717 B. W. van toepassing blijven. — Rechtb. Zwolle 21 Juli 1886; W. 5483; T. v. N. V, 181.

2790. Een schenking zonder Koninklijke machtiging is niet rechtsgeldig. Het geschonkene moet dus geacht worden nog tot het vermogen des schenkers te behooren. — Verm. Zutfen 12 Januari 1904; P. W. 9718.

In denzelfden zin Verm. 's-Gravenhage 7 Maart 1904; P. W. 9717; M. F. 10 November 1906, no. 154; P. W. 9998. Verm. Zutfen, 17 December 1906; P. W. 9999 en Verm. Roermond 10 September 1906; P. W. 10000.

2791. Eene schenking aan eene kerkelijke gemeente tot stand gebracht in den vorm eener overeenkomst van koop en verkoop en waartoe dientengevolge geene koninklijke machtiging is verleend of verkregen moet als niet bestaande worden beschouwd. — Rechtb. Arnhem 19 Mei 1910; W. 9025.

Sluiten