Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naar aanleiding daarvan H. S. Iets over vervreemding van mede-eigendom. — W. v. N. R. 856.

2810. Een onverdeeld aandeel in roerende goederen kan niet van hand tot hand geschonken worden. — Rechtb. Breda 28 Juni 1904; W. 8207; Not. W. 302; W. v. Not. 13; P. W. 9768.

2811. De schenking van effecten, bij gift van hand tot hand gedaan door de twee gemeenschappelijke eigenaren dier effecten aan een persoon, ter verdeeling tusschen hem en anderen, is een gift als bij dit artikel bedoeld. — Rechtb. Breda 19 December 1896; P. W. 8919.

2812. Er is geen overgifte van hand tot hand, indien niet het voorwerp der schenking, maar slechts een bewijs van inbewaargeving van dat voorwerp wordt overgegeven. — Rechtb. Maastricht 29 October 1896; P. W. 8908.

2813. Onder de schenking van hand tot hand in dit artikel bedoeld, vallen niet schenkingen van effecten onder, den vollen eigendom dier effecten beperkende voorwaarden gedaan. — Verm. Arnhem 6 Maart 1896; P. W. 8796.

2814. Bij giften van hand tot hand blijft de overgifte van het geschonkene daadwerkelijke eigendomsovergang, ook al heeft de schenker aan die overgifte eenige voorwaarde, last of modaliteit verbonden. — Verm. Breda 16 Mei 1905; P. W. 9837.

2815. Voor de totstandkoming van giften van hand tot hand wordt vereischt niet slechts aanneming bloot met de handen, maar zoodanige aanneming moet gepaard zijn met de bedoeling om eigenaar van het aldus ontvangene te worden. — H. R. 21 November 1890;

W. 5969; P. v. J. 1891, 27; v. d. H., S. 1890, 297; N. R. CLVI, 256. •

2816. Waar de wet spreekt van „geven van hand tot hand", moet gedacht worden, niet in het algemeen aan levering volgens art. 667 B. W., maar aan daadwerkelijke overgave, zoodanig dat het geschonkene geheel geraakt uit de hand, uit de heerschappij van den schenker en geheel in de hand, in de heerschappij van den begiftigde overgaat. — Rechtb. Breda 16 Februari 1892; W. 6188; W. v. N. R. 1175.

2817. Wel kunnen gelden ook zonder akte door de enkele overgave aan den begiftigde van hand tot hand geschonken worden maar daarvoor is noodig, dat in zoodanig geval bij den gever de bedoeling moet bestaan om te schenken en bij den begiftigde óm de gelden voor zich te behouden. — H. R. 25 Maart 1898; W. 7105; P. v. J. 1898, 36; v. d. H., B. R. LXIV, 143; N. R. CLXXVII, 366.

2818. Als van eene rechtsgeldige schenking van hand tot hand sprake zal zijn, moet de schenker zich geheel en al van het geschonkene ontdoen; het geschonkene moet geheel uit zijn macht zijn gegaan en zijn gekomen in de uitsluitende macht van den begiftigde, die het geschonkene sedert dat tijdstip ondubbelzinnig als eigenaar moet bezitten. — Rechtb. Breda 27 Juni 1899; W. 7354; Not. W. 92; W. v. N. R. 1585.

2819. Eene schenking van effecten aan toonder met voorbehoud van vruchtgebruik gedaan door de stukken over te geven aan een derde, die ze voor den begiftigde bezitten en aan den schenker de renten uitkeeren zal, is eene schenking van hand tot hand. Door anders te beslissen wordt art. 1724 B. W. ge-

Sluiten