Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

conservatoire maatregel van provisioneelen aard, waarvan de vordering slechts ontvankelijk is, in een aanhangig geding en bij den rechter, die van de zaak ten principale kennis neemt. Wordt zoodanige vordering ingesteld bij den rechter a quot terwijl de zaak ten principale in hooger beroep aanhangig is, dan behoort eerstgenoemde zich ratione materiae onbevoegd te verklaren. — Rechtb. Alkmaar 1 October 1891; W. 6088.

2866. Om ontvankelijk te zijn in een verzoek tot gerechtelijke sequestratie is het noodig, dat zoodanig verzoek uitgaat van alle gerechtigden. — Rechtb. Amsterdam 31 Januari 1895; W. 6629; P. v. J. 1895, 79.

2867. Als er enkel verschil bestaat over inbreng, niet over de goederen van den boedel, bestaat er geen wettelijke grond tot sequestratie. — Rechtb. Rotterdam 13 April 1899; W. 7274.

2868. Sequestratie kan worden gelast op het eenzijdig verzoek van een der partijen, zonder dat het noodig is de andere partij op dat verzoek te hooren. — Hof 's-Gravenhage 25 September 1905; W. 8437; W. v. Not. 71.

Art. 1775.

2869. Sequestratie kan niet worden gevraagd, als het geschil betreft de al of niet behoorlijke nakoming der bepalingen van een koopcontract en de daaruit voortspruitende j)6rsoonlijke verplichtingen van contractanten, maar alleen, als het geschil den eigendom of het bezit eener zaak geldt. Hangende de procedure over de hoofdzaak kan zoodanig verzoek door een der partijen niet eenzijdig worden gedaan. — Rechtb. Haarlem 14 September 1882. Hof Amsterdam 6 October 1882; W. 4820.

2870. Dit artikel wordt verkeerd toegepast, als de rechter meent, dat hij in eenig geval niet bevoegd is sequestratie te bevelen. Geschil over eigendom of bezit, op grond waarvan de sequestratie kan worden bevolen, bestaat, als door de eene partij van de andere afgifte wordt gevraagd van bepaalde goederen, welke die andere onder zich heeft en om welke reden ook weigert af te geven. - H.'R. 7 Juni 1889; W. 5732; P. v. J. 1889, 82; N. R. CLII, 179; v. d. H., B. R. LV, 229.

2871. Voor de toepassing van art. 1775, 2°. B. W. is noodig, dat het daar aangeduide eigendoms- of bezitsgeschil zich voordoe tusschen hen, die in het hoofdgeding als procespartijen elkander den eigendom of het bezit der provisioneel te sequestreeren zaak betwisten. — H. R. 16 Februari 1906, concl. conf.; W. 8339; P. v. J. 1906, 552; N. R. CCII, 230.

2872. Wanneer eene zaak in revindicatoir beslag is genomen, dan kan hangende het geding tot van-waardeverklaring van dat beslag, geen sequestratie van die zaak worden gevorderd.

— Hof Amsterdam 18 Augustus 1909; W. 8995.

Art. 1776.

2873. Mr. H. J. Tasman. Het retentierecht van den gerechtelijken bewaarder.

— W. v. Not. 169.

2874. Onder de gerechtelijke bewaarders, waarvan sprake is in dit artikel, worden niet alleen verstaan bewaarders, belast met de zorg voor zaken, onder sequestratie gesteld, maar ook personen, die op de bij de wet voorgeschreven wijze belast zijn met de bewaring van goederen, die in beslag zijn genomen. — Rechtb. Amsterdam 1 Februari 1881; P. v. J. 1881, 20.

Sluiten