Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dezen recht om ontbinding der overeenkomst en schadevergoeding te eischen wegens wanpraestatie. De verkooper kan, alvorens te leveren, geen bewijs vorderen, dat hij, die zich als kooper bekend maakte, tijdens de overeenkomst was lastgever van hem, die kocht. — Hof Arnhem 29 Juni 1881; W. v. N. R. 683.

3052. De lastgever kan dengene, met wien de lasthebber heeft gehandeld, alleen dan onmiddellijk in rechten betrekken, wanneer de lasthebber bij de handeling aan den derden, dien lastgever als zoodanig heeft opgegeven. — Rechtb. Rotterdam 22 Januari 1902; W. 7813.

Tweede Afdeeling.

Van de verpligtingen van den lasthebber.

Art. 1837.

3053. De lasthebber, die beneden de hem gestelde limiet heeft verkocht, heeft zich zelf minstens voor den gelimiteerden prijs tot kooper gesteld van het hem ter verkoop toegezondene; hij is dus gehouden tot voldoening van het verschil tusschen den door hem bedongen koopprijs en het bedrag der limiet. — H. R. 10 Maart 1876; W. 3965; N. R. CXII, § 23, 192; v. d. H, B. R. XLI, 1484, 82.

3054. Waar door tusschenkomst van een lasthebber goederen zijn verkocht beneden de opgegeven limiet, verhindert een door den lastgever aan den lasthebber zonder eenige reserve afgegeven kwijting wegens ontvangst niet, den lasthebber aan te spreken tot schadevergoeding wegens dien verkoop onder gelimiteerden prijs. — Rechtb. Amsterdam 24 Juni 1892; P. v. J. 1892, 98.

3055. Hij, die aan een praktizijn opdraagt, namens hem een proces te voeren, kan geen schadeloosstelling vorderen

wegens verlies van het proces op grond, dat de praktizijn niet alle middelen, die de wet aan de hand geeft, zou hebben aangewend om het recht van den cliënt te doen zegevieren. — Rechtb. Amsterdam 6 Juni 1882; W. 4813.

3056. De trekker van een wisselbrief heeft na gedaan protest van niet-betaling tegen den acceptant geene rechtsvordering tot betaling tengevolge van wisselverbintenis, maar als lastgever een rechtsvordering tegen den acceptant, als lasthebber tot vergoeding der schade, ontstaan uit het niet volvoeren van den aangenomen last. — Rechtb. Amsterdam 6 Maart 1885; W. 5275; P. v. J. 1885, 25; R. W. v. N. 563.

3057. Hij, die den last ontvangen heeft om fondsen te koopen die de meest mogelijke soliditeit aanbieden en op een gegeven oogenblik gemakkelijk en zonder koersverschil van beteekenis gerealiseerd kunnen worden, is geheel vrij in de keuze der aan te koopen fondsen. — Rechtb. Amsterdam 28 Juni 1887; P. v. J. 1888, 27.

3058. Een dépothouder is aansprakelijk voor de door hem in strijd met zijn last verleende credieten. — Rechtb. Amsterdam 9 Januari 1891; W. 6090; P. v. J. 1891, 54; N. M. v. H., III, 187.

3059. Al wordt in artt. 1837 en 1839 B. W. niet gesproken van eene verplichting tot vrijwaring door den lasthebber, toch heeft de lastgever het recht om zijn lasthebber op te roepen in vrijwaring, waar de lasthebber door niet aan zijn last te voldoen, oorzaak is, dat den lastgever een actie wordt ontzegd. Waar echter de lasthebber ontkent zijn last te hebben verzaakt en de eischer geen bewijs aanbiedt van het tegendeel, moet ook bij ontzegging der oorspron-

Sluiten