Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wien de lasthebber heeft gehandeld. — Rechtb. 's-Gravenhage 10 October 1899; W. 7366; P. v. J. 1900, 84.

3118. Volgens de bepalingen omtrent lastgeving is de lastgever alleen verbonden door de handelingen door den lasthebber, overeenkomstig den last, welken hij heeft verleend, verricht. De lastgever is niet gehouden tot hetgeen bovendien mocht zijn geschied, tenzij hij zulks uitdrukkelijk of stilzwijgend heeft bekrachtigd. — Rechtb. 's-Gravenhage 7 November 1899; W. 7368; Mb. Dw. XV, 10.

3119. Een gewoon handelsagent is niet bevoegd om zich namens zijn patroon te verbinden om zekere goederen in een bepaald land slechts aan afnemers te zullen verkoopen. Zoodanig beding toch stelt daar een ingrijpen in de leiding der zaak, wat slechts aan den bestuurder der zaak toekomt. — Rechtb. Amsterdam 26 April 1901; W. 7715; N. M. v. H. XIII, 185.

3120. Een handelsreiziger moet geacht worden mondelinge volmacht van zijn patroon te hebben ontvangen om voor en namens dezen, voor zoover diens handel betreft, bestellingen op te nemen, dat is verkoopen af te sluiten, mits deze vallen binnen het kader der koopovereenkomsten gelijk die gewoonlijk in den handel worden afgesloten; dit is niet het geval bij eene koopovereenkomst, waarbij de prijs van eene in termijnen te leveren hoeveelheid wordt afhankelijk gesteld van den loop der markt, met dien verstande, dat de kooper minder zal behoeven te betalen, wanneer de marktprijs lager wordt. — Rechtb. Amsterdam 22 November 1901; W. 7716.

Art. 1845.

3121. Niet iedere beursspeculatie is

spel. Ook al is dat het geval, is de lastgever verplicht de gelden door den lasthebber daarvoor voorgeschoten, terug te geven. — Hof Amsterdam 7 Februari 1879; W. 4394; P. v. J. 1879, 22.

3122. Niet ieder verzuim van den lasthebber berooft hem van de actio mandati contraria. — H. R. 23 Mei 1879; W. 4379; v. d. H., B. R. XLIV, no. 1641, 188.

3123. Een agent, die voor een aandeel in de winst werkzaam is, heeft geen recht op rekening en verantwoording van de zijde van zijn lastgever; hij moet zich tevreden stellen met opgave van dezen te vragen van hetgeen is gewonnen. — Rechtb. Amsterdam 2 November 1886; P. v. J. 1887, 20.

3124. Een agent, wiens loon in provisie bestaat, heeft geen recht om van den patroon rekening en verantwoording te vragen. — Rechtb. Rotterdam 19 November 1887; W. 5510.

3125. De tusschenpersoon, die zich tegen zekere provisie van den koopprijs belast met den verkoop van een huis heeft ook aanspraak op provisie, wanneer het huis buiten hem om wordt verkocht aan iemand, die aanvankelijk met hem onderhandeld heeft. — Kantong. Nijmegen 23 November 1901; Mb. Dw. XVIII, 4.

3126. Een lasthebber kan rauwelijks het hem toekomend saldo van den lastgever vorderen, mits slechts de verhouding tusschen partijen niet zoo ingewikkeld is, dat deze alleen door eene rekening en verantwoording-procedure kan worden tot klaarheid gebracht. — Rechtb. 's-Hertogenbosch 5 October 1894; W. 6638.

Sluiten