Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3127. De lasthebber kan rauwelijks, onafhankelijk van de vordering tot rekening en verantwoording, van den lastgever zijne verschotten, onkosten en salaris opvorderen. — H. R. 30 November 1900, concl. conf.; W. 7519; P. v. J. 1900, 96; Not. W. 65; Mb. Dw. XVII, 1; N. R. CLXXXVI, 311; v. d. H., B. R. LXVI, 394.

3128. De vordering, waarbij de belooning voor gedane werkzaamheden, bestaande in het waarnemen van boekhouding en het doen van reizen gevraagd wordt, is niet ontvankelijk indien niet uitdrukkelijk gesteld is, dat deze krachtens lastgeving zijn verricht. — Rechtb. Rotterdam 28 September 1891; W. 6117.

3129. Is voor de. waarneming van een opgedragen en aangenomen last loon bedongen, dan moet de lastgever, ook als hij zelf heeft gehandeld, dat loon voldoen, indien niet bewezen wordt, dat aan den lasthebber eenig verzuim is te wijten. — Rechtb. Amsterdam 2 Februari 1893; W. 6398; W. v. N. R. 1253; R. W. v. N. 786.

3130. Deze bepaling de'rogeert niet aan de gewone regels omtrent den bewijslast; er ligt niet in opgesloten, dat, als een lasthebber voor zijn lastgever uitgaven doet, de eerste tot het bewijs van het tegendeel zou moeten geacht worden daartoe gelden te bezigen, die hij van den laatsten reeds onder zich heeft. — H. R. 9 Maart 1893, concl. conf.; W. 6318; P. v. J. 1893, 39; W. v. N. R. 1215; T.- v. N. XI, 1; R. W. v. N. 768; N. R. CLXIII, 197; v. d. H., B. R. LIX, 90.

3131. Dit artikel bepaalt wel, dat de lastgever verplicht is den lasthebber terug te geven de voorschotten en on¬

kosten welke deze tot uitvoering van den last gedaan heeft, maar geene bepaling verplicht den lastgever om den lasthebber in staat te stellen het door hem gekochte te betalen. ■— Rechtb. Amsterdam 7 Februari 1896; W. 6866! Mb. Dw. XII, 8.

Art. 1848.

3132. De overeenkomst tusschen den notaris en de partijen, die zijne diensten inroepen, is geene lastgeving of daarmede overeenstemmend contract. Diensvolgens is de daaruit voortspruitende verbintenis niet hoofdelijk en zijn partijen, die met den notaris als zoodanig hebben gehandeld ter zake van de aan dezen verschuldigde honoraria en verschotten niet voor het geheel, doch slechts voor hun aandeel verbonden. — Rechtb. Roermond 18 Juni 1896; W. 6830; P. v. J. 1896, 60; P. W. 8825; T. v. N. XIV, 302.

Art. 1849.

3133. De lasthebber kan het hem bij dit artikel toegekend recht van terughouding uitoefenen, onverschillig welk bedrag hem door den lastgever tengevolge van de lastgeving nog verschuldigd is. — Hof Amsterdam 16 November 1888; W. 5670; P. v. J. 1889, 25.

3134. Het retentierecht des lasthebbers gaat niet verloren, al wordt een zaak, die hij ingevolge de lastgeving onder zich heeft, door den lastgever bij revindicatie teruggevorderd. — Rechtb. Zierikzee 7 Mei 1889; W. 5749; R. W. v. N. 660; Mb. Dw. V, 8.

3135. Wie een cognossement ontvangt van een pandnemer, met order, ook namens den pandgever om het goed ter beschikking van den pandnemer te houden, is lasthebber van den pand-

Sluiten