Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nemer en dus ook gerechtigd tegenover dezen het recht van retentie uit te oefenen. — Rechtb. Rotterdam 6 December 1893; W. 6450; P. v. J. 1894, 55.

3136. De lasthebber, die zich op het hem toegekende retentierecht wil beroepen, behoort op te geven wat hij ten gevolge van de lastgeving te vorderen heeft. — H. R. 25 Aj^ril 1902, concl. conf.; W. 7765; P. v. J. 1902, 150; v. d. H., B. R. LXVIII, 201.

3137. Onder „hetgeen de lasthebber van den lastgever in handen heeft" zijn in art. 1849 B. W. ook onroerende zaken begrepen. Mitsdien heeft een lasthebber, aan wien de exploitatie eener tapperij tegen loon en met recht van bewoning der tapperij is opgedragen, ter zake van loon en verschotten, die hij van zijn lastgever te vorderen heeft, recht van retentie van de tapperij. — Rechtb. Amsterdam 2 Februari 1906; W. 8466.

Vierde Afdeeling.

Over de verschillende wijzen waarop lastgeving eindigt.

Art. 1850.

3138. S. van Delden. Eenige opmerkingen over de artt. 1850—1857 B. W.

— Ac. Pr. Leiden 1880.

3139. Chs. Miseroy. Eenige opmerkingen over het eindigen van lastgeving.

— W. v. N. R. 1232, 1233 en 1234. Naar aanleiding hiervan A. Sigmond.

Herroeping van last. — W. v. N. R. 1237.

Antwoord van Chs. Miseroy in W. v. N. R. 1239.

Slotwoord van A. Sigmond in W. v. N. R. 1241.

3140. P. J. Dam. Einde der lastgeving door het huwelijk der vrouw. — W. v. N. R. 1732.

3141. Iets over het beding, dat lastgeving door den dood niet zal eindigen. — T. v. N. XIII, 226.

3142. Invloed van den dood des lasthebbers op de bevoegdheid van dengene, dien hij in zijne plaats gesubstitueerd had. — W. v. N. R. 695.

3143. De lastgeving, die niet moet dienen tot uitvoering van een last, maar strekt in het belang en tot verzekering der rechten van den lasthebber eindigt niet, zooals eene gewone lastgeving met den dood des lastgevers. — Hof Amsterdam 13 November 1885; W. 5292; P. v. J. 1885, 52 en 1886, 8; R. W. v. N. 564.

3144. De gelijkstelling van ontbinding eener vennootschap met den dood des lastgevers, waarvan dit artikel melding maakt, gaat niet op, waar de ontbinding is de vrijwillige daad van een der contracteerende partijen. — Hof's-Hertogenbosch 9 November 1897; W. 7081.

Art. 1851.

3145. Indien drie personen voor gemeenschappelijke rekening een huis hebben gekocht en zijn overeengekomen, dat een hunner voor gezamenlijke rekening dat huis zal kunnen verkoopen of verhuren voor den prijs, die hem zal goed dunken, kan die opdracht of lastgeving als zijnde deze niet de overeenkomst zelve, maar een integreerend deel daarvan, niet door een der partijen afzonderlijk worden herroepen.— Rechtb. Amsterdam 15 April 1884; P. v. J. 1884, 52, Bijbl.; R. W. v. N. 530.

Sluiten