Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

133. Mr. F. M. C. E. Koksma. Schriftelijk bewijs tegen derden. — R. M. XIX, 46.

134. Mr. Arnold Levy. Eenige opmerkingen over de artikelen 1907 en 1908 B. W. — W. v. N. h. 1583 en 1584.

135. A. H. J. Sandvos. In hoever bij notarieële akten feiten kunnen worden geconstateerd. Lezing in de Notarieële Vereeniging. — W. v. N. R. 908.

3 36. De notaris, aan wien het opmaken van eene akte wordt opgedragen, heeft de verklaringen en opgaven, die hem door de verschijnende personen worden gedaan, daarin getrouw op te nemen. Hij is in geen opzicht aansprakelijk voor de waarheid van verklaringen en opgaven, die hen, door wie zij gedaan worden, zouden bloot

stellen aan eene strafrechtelijke vervolging wegens valschheid in geschrift, waarvoor echter bij eene verklaring van de hoegrootheid van den koopprijs in strijd met de waarheid geen grond bestaat. — H. R. 19 Maart 1888; W. 5533; R. W. v. N. 624.

137. De authentieke akte bewijst tegenover derden het feit, dat de daarin opgenomen verklaringen door de verschenen partijen zijn afgelegd en daar¬

mede ook de overeenkomst, welke door die verklaringen tot stand kwam. —

Ji. K februari X»»y; W. 5684; F. v. J. 1889, 35; N. R. CLï, 201; W. v. N. R. 1020; R. W. v. N. 644; v. d. H., B. R LV, 88.

138. Een notarieele akte, waarin de verklaringen van comparanten zijn opgenomen, bewijst wel, dat de comparanten een en ander voor den notaris hebben verklaard, doch de waarheid

en juistheid van den inhoud dier verklaringen staan door het feit, dat zij in een notarieele akte zijn vermeld, nog niet vast, althans zeker niet tegenover derden. — Rechtb. 's-Gravenhage 13 April 1898; W. 7177; P. v. J. 1899, 91; W. v. N. R. 1516.

139. Wie de onwaarheid wil aantoonen van feiten door een openbaar ambtenaar geconstateerd, als in zijne tegenwoordigheid hebbende plaats gehad, kan dit niet anders doen dan met inachtneming van de regelen door art. 176 R.v. voorgeschreven en kan daarbij van geen andere bewijsmiddelen gebruik maken, dan in art. 178, al. 1 genoemd. — Hof 's-Gravenhage 23 Januari 1899; W. v. N. R. 1542.

In gelijken zin Rechtb. Assen 28 October 1879; W. 4510 en Rechtb. Leeuwarden 28 Juni 1883; W. 4974.

140. Een authentieke akte van koop en verkoop, houdende „de comparant ter eene, verklaart gemelde koopsom van den comparant ter andere zijde ontvangen te hebben en daarvoor bij dezen ten volle te kwiteeren en te déchargeeren, zonder eenig voorbehoud", — bewijst het feit der kwijting ook tegenover derden. — Rechtb. Rotterdam 28 Juni 1897; W. 7215. Bevest. door Hof 's-Gravenhage 14 November 1898; W. 7242; P. v. J. 1899, 1; cassatie verworpen H. R. 3 November 1899, concl. conf.; W. 7355; P. v. J. 1899, 9; W. v. N. R. 1572; Not. W. 10.

141. Eene notarieele akte bewijst

ook tegenover derden, dat de er in opgenomen verklaringen ten overstaan van den instrumenteerenden notaris zijn afgelegd, zoodat ook die verklaringen tegenover derden het rechtsgevolg zullen hebben, zoolang zij niet op goede gronden aantoonen, dat bedoeld gevolg

Sluiten