Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beweerde vergissingen niet afhankelijk van eene betichting van valschheid der akte. — Rechtb. VHertogenbosch 30 Juni 1899; W. 7414.

155. Ook tegen den inhoud eener authentieke akte is tegenbewijs toegelaten, zij het in beperkte mate, zoodat bewijs door getuigen en vermoedens is uitgesloten en men alleen door geschrift, bekentenis of eedsopdracht de onjuistheid of onvolledigheid van den inhoud der akte mag bewijzen. — Hof Arnhem 27 Januari 1904; W. 8065; Not. W. 251.

156. Een verkooper mag tegen zijne bij authentieke akte geconstateerde verklaring, dat de koopprijs aan hem werd voldaan, tegenbewijs leveren, dat die koopprijs inderdaad niet werd betaald.

— Hof 's-Gravenhage 4 April 1910: W. 9095.

Art. 1908.

157. Mr. P. F. Hubrecht. Welke is de bewijskracht van het antwoord aan den deurwaarder gegeven bij het beteekenen eener sommatie? — Mb. Dw. XII, 8.

Mr. M. des Amorie van der Hoeven. Id. — Mb. Dw. XII, 9.

158. Een notarieele akte bewijst alleen, wat de notaris relateert als te zijnen overstaan geschied zijnde; al het overige moet worden beschouwd als een bloot te kennen geven van den notaris.

— Hof Amsterdam 8 Januari 1890; W. 5842; P. v. J. 1890, 20.

159. Het antwoord door een deurwaarder, die den houder van eenig roerend goed tot afgifte van dat goed sommeert, in zijn desbetreffend exploit opgenomen en bevattende eene motiveering van de weigering van den ge¬

sommeerde om het goed te laten volgen, staat in eene 'gevolgde procedure, behoudens tegenbewijs, vast. Hiertegen kan niet worden ingebracht, dat dit exploit niet bestemd is om eenig antwoord van den gesommeerde te vermelden, daar zulk antwoord behoort tot datgeen, wat de deurwaarder exploit doende, waarneemt en dat, als met hetgeen waartoe hij sommeert, in direct verband staande, door hem wordt geconstateerd. — Rechtb. Rotterdam20Juli 1900; W. 7530.

Art. 1910.

160. J. Walig. De nadere overeenkomsten van art. 1910 B. W. (contrelettres). — Ac. Pr. Amsterdam 1885. Beoord. door mr. W. L. P. A. Molengraaff in R. M. V, 116; in Them. 1887, 553.

161. A. C. de Wilde. De contrelettres en het wetsontwerp omtrent het bewijs. — Not. W. 232.

162. Mr. F. A. R. A. Baron van Ittersum. Rechtspraak ad art. 1910. — R. M. XXIII, 17.

163. Indien bij de akte eener nadere overeenkomst, in strijd met die der oorspronkelijke overeenkomst, bepaald wordt, dat de kooper van onroerend goed in plaats van een gedeelte van den in de eerste akte als betaald vermelden koopprijs, zal voldoen een lijfrente, is de nadere akte verbindend voor partijen, zoodat, als de kooper aan zijne verplichtingen van zekerheidstelling en van betaling der lijfrenten niet voldoet, de ontbinding der overeenkomst van koop en verkoop kan worden gevorderd. — Rechtb. Utrecht 27 November 1889; W. 5857; R. W. v. N. 683; T. v. N. VIII, 110.

Sluiten