Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

concl. conf.; W. 9008; P. v. J. 1910, 951; W. v. N. R. 2117; N. R. CCXIV, 323.

428. Deze bepaling mist hare toepassing, wanneer het betreft het bewijs van het feit, dat eene overeenkomst door een der partijen met een derde werd gesloten en niet het bewijs eener akte of overeenkomst tusschen partijen.

— Hof Amsterdam 12 October 1900; W. 7533; P. v. J. 1901, 6; Not. W. 77.

429. Dit artikel j°. art. 1910 B. W. verbiedt niet door getuigen te bewijzen het aanwezen eener overeenkomst boven de f 300 tusschen andere partijen dan die haar sloten. — Rechtb. 's Gravenhage 26 October 1903; W. 8010; Not. W. 238.

430. De uitzonderingsbepaling van art. 1933 B. W. betreft alleen eenige handeling tusschen partijen voorgevallen of overeenkomst tusschen haar getroffen, maar ziet niet op handelingen of overeenkomsten tusschen een der partijen en derden geschied of tot stand gekomen.

— Hof Amsterdam 14 December 1903; W. 8058.

431. De timmerman, wiens vordering wegens werkzaamheden in daghuur, met bijlevering van materialen meer dan f 300 bedraagt, mag niettemin de juistheid der door hem in rekening gebrachte posten, die alle afzonderlijk beneden gezegd bedrag zijn, door getuigen bewijzen. — Rechtb. Amsterdam 13 Maart 1883; P. v. J. 1883, 17, Bijbl.

432. Indien meerdere uitgaven alleen het gevolg zijn van ééne overeenkomst, dan moeten die uitgaven ééne schuld betreffen; getuigenbewijs is derhalve niet toegelaten, als de uitgaven te zamen meer dan f 300 bedragen. — Rechtb.

Amsterdam 27 Maart 1888; W. 5575; P. v. J. 1888, 71.

433. Uit den aard der zaak volgt, dat de talrijke werkzaamheden, dienstig tot het afwerken, verbeteren en vergrooten van een gebouw, niet één voor één het onderwerp zijn geweest van een afzonderlijke opdracht, maar veeleer, dat zij zijn geschied tengevolge van een enkelen last. Derhalve mag het verrichten dier werkzaamheden en daarmede het bestaan van den last niet door getuigen worden bewezen indien het geheel daarvoor verschuldigd bedrag grooter is dan f300. — Rechtb. Breda 10 Januari 1888; W. 5542.

434. Als een vordering steunt op werkzaamheden in daghuur verricht, dan is getuigenbewijs toegelaten al overschrijdt het op dien grond gevorderde f 300, daar bij zoodanige opdracht elke post als een afzonderlijke overeenkomst moet worden beschouwd en er geen sprake is van een opdracht ter uitvoering van ééne gemaakte afspraak, voor eene te voren vastgestelde en overeengekomen som. — Rechtb. Amsterdam 15 Juni 1893; W. 6516.

435. Het bewijs van verschuldigdheid eener som van meer dan f 300 volgens overeenkomst wegens weikzaamheden, mag niet door getuigen worden geleverd, al stelt de eischer afzonderlijke belooningen voor ieder onderdeel dier werkzaamheden in het bijzonder. — Rechtb. Amsterdam 12 April 1889; P. v. J. 1889, 83.

436. Verschillende posten op onderscheiden data op ééne rekening voorkomende, elk beneden f 300 mogen door getuigen worden bewezen. Indien echter op één dag verschillende posten op de rekening voorkomen te zamen boven

Sluiten