Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tuigenbewijs is toegelaten, indien het onderwerp van de handeling voor gemeene rekening op zich zelf van onbepaalde waarde, het bedrag van f 300 niet te boven gaat. — Rechtb. Assen

24 Januari 1881; W. 4662.

457. Het exploiteeren van een hötel als handeling voor gemeene rekening kan, ook al gaat het onderwerp van het geschil f 300 te boven, door getuigen worden bewezen. — Rechtb. Amsterdam

25 Juni 1891; P. v. J. 1891, 82.

458. Kan bij eene vordering van meer dan f 300 de valschheid van het adjectum der bekentenis door getuigen of vermoedens worden bewezen? Ja. — R. A. X, 121.

459. De beperkende bepaling ten opzichte van het getuigenbewijs in art. 1933 B. W. voorkomende, is niet van toepassing in strafzaken, in casu het misdrijf van meineed in een civiele zaak tot onderwerp hebbende een burgerlijk contract, waarvan volgens het burgerlijk recht het getuigenbewijs niet is toegelaten. — H. R. 13 Februari 1882; W. 4754.

460. Waar het niet de vraag geldt

van het wettig bestaan van schuldvorderingen van meer dan f 300, maar alleen de strijd loopt over de vraag of de geïntimeerde het bedrag der vordering tegenover zijn mede-erfgenaam zich onrechtmatig heeft toegeëigend en dus het quaestieus bedrag alsnog op het actief der te verdeelen nalatenschap zal behooren te worden gebracht, is een getuigenbewijs ter zake dienende en afdoende. — Hof Arnhem 12 April 1882; W. 4800; R. W. v. N. 450; N. R. B. 1884, A. 26.

461. Waar het een vordering geldt

krachtens overeenkomst, waarvan het onderwerp de som of de waarde van f 300 te boven gaat, is getuigenbewijs toegelaten, indien het niet de strekking heeft of dienen moet om het bestaan der overeenkomst aan te toonen, maar om de daadzaak van het werkelijk gedaan zijn der werkzaamheden en leverantiën te constateeren. — Hof Arnhem 14 Maart 1883; W. 4908.

462. Het feit, dat een legaat, ook van meerdere waarde dan f300 is afgegeven, kan door getuigen worden bewezen. — Hof Amsterdam 17 April 1885; R. W.

v. JSI. 554.

463. De vraag of eenig getuigenbewijs al of niet in strijd is met art. 1933 B. W. betreft de strekking van het opgelegd getuigenbewijs; het is zuiver feitelijk. — H. R. 15 October 1886 ; W. 5343.

464. Het getuigenbewijs is niet toegelaten indien uit de gestelde feiten duidelijk blijkt, dat het onderwerp van de te bewijzen overeenkomst de waarde van f 300 te boven gaat. — Rechtb. Zutfen 17 Februari 1887; W. 5505.

465. Het bewijs door getuigen is voor een zaak van onbepaalde waarde toegelaten. — Rechtb. Amsterdam 17 April 1888; P. v. J. 1888, 79.

466. Het bewijs door getuigen is niet toegelaten om de juistheid van dagteekening aan te toonen eener onderhandsche akte, waarbij eene overeenkomst boven f 300 geconstateerd wordt, indien het bestaan van de overeenkomst van die dagteekening afhangt. — H. R. 21 Juni 1889; W. 5733; P. v. J. 1889, 85; T. v. N. VII, 129; N. R. CLII, 220; v. d. H., B. R. LV, 237.

Sluiten