Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rechtb. 's-Hertogenbosch 24 April 1908; W. 8752.

486. De onjuistheid van de dagteekening op een onderhandsche akte voorkomende, is niet vatbaar voor getuigenbewijs. — Rechtb. Assen 7 Februari 1881; N. R. B. 1884, A. 267.

487. Indien een quitantie inhoudt, dat de betaling op zekeren dag is geschied, dan mag niet door getuigen bewezen worden, dat zij op een lateren dag heeft plaats gehad. — Rechtb. Breda 18 December 1883; W. 5047; R. W. v. N. 506.

488. Getuigenbewijs is toegelaten, waar de strekking van het geleverd tegenbewijs niet is een verbintenis of ontheffing van schuld boven de f300 te constateeren, maar slechts om het bestaan eener clausule der overeenkomst aan te toonen, buiten verband met eenige geldsom. — Rechtb. Assen 13 Mei 1878; W. 5043.

489. Waar eischer op grond van een door hem geproduceerd stuk, van den gedaagde afkomstig, teruggave vordert van ter leen verstrekte gelden, mag de gedaagde niet worden toegelaten om door getuigen te bewijzen, dat dit stuk op grond van omstandigheden daarin niet vermeld, doch deel uitmakende van hetgeen dat stuk bestemd was te constateeren, nooit een vordering van eischer heeft kunnen rechtvaardigen. De gedaagde mag echter worden toegelaten om dit bewijs door andere middelen te leveren. — Kantong. Groningen 16 Mei 1881; W. 4747.

490. Dit artikel belet niet, dat de lcooper door getuigen kan bewijzen, dat in de koopakte, wat de aanwijzing van de grootte van een gekocht perceel be¬

treft, een misslag is ingeslopen; door dat bewijs wordt het onderwerp der akte niet aangerand. — Rechtb. Groningen 23 Juni 1882; W. 4828.

491. De omstandigheid, dat partijen bij notarieele akte verklaarden bepaalde goederen in bruikleen te geven en te ontvangen, belet den commodataris niet door getuigen te bewijzen, dat hij tijdens het sluiten der overeenkomst eigenaar der goederen was en dat de uitleener daarover hoegenaamd geen recht of beschikking had. — Rechtb. Rotterdam 31 December 1883; W. 4983.

492. Bewijs door getuigen mag niet worden toegelaten tegen den inhoud van een exploit houdende aanbod van levering. — Rechtb. Rotterdam 3 Maart 1888; W. 5584; P. v. J. 1888, 91.

493. Waar eene schriftelijke akte bestaat, is het bewijs door getuigen daartegen buitengesloten. — Rechtb. Amsterdam sine die W. 5676 en 24 September 1888; W. 5700.

494. Tegen een door partijen, ten overstaan van den notaris afgelegde verklaring omtrent een handeling die door dezen zelf niet is waargenomen, is wel degelijk tegenbewijs toegelaten, behalve dat door getuigen, hetwelk krachtens dit artikel uitdrukkelijk is uitgesloten. — Rechtb. Rotterdam 17 December 1888; W. v. N. R. 1077. Rechtb. 's-Gravenhage 30 April 1912; W. v. N. R. 2214.

495. Brieven zijn niet te beschouwen als akten, waartegenover volgens dit artikel getuigenbewijs is uitgesloten. — Kan tong. Middelburg 12 Mei 1890; W. 6068; Mb. Dw. VI, 3.

496. Dit artikel staat niet in den weg aan het bewijs door getuigen van

Sluiten