Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

karakter van getuigenis. — H. R 22 enkel het bewijs van een feit, waaraan

Januari 1897; W. 6921; F. v. J. 1897, de wet, zonder naar de bedoeling of

18, N. R. CXXV, 99; v. d. H., B. R. den wil der partijen te vragen, rechts-

LXIII, 46. gevolgen vastknoopt met betrekking tot

den tijd, gedurende welken de bewezen

590. Indien door het aanvoeren van overeenkomst hare verbindende kracht het feit, dat eene zekere grens tusschen behoudt. — Rechtb. Utrecht 11 Januari eigenaars steeds is geëerbiedigd, geheel 1888; W. 5589.

onverlet blijven de vragen, uit welke

oorzaken de eerbiediging is voortge- 595. Koop en levering zijn juridische

sproten of om welke reden zulks heeft begrippen, die niet door getuigen kunnen

plaats gehad, — en derhalve hoe de worden bewezen. — Rechtb. Amsterdam

handelingen van doen en laten of ge- 17 Mei 1892; P. v. J. 1893, 19.

doogen moeten worden gewaardeerd en

welke gevolgtrekking in rechten daaraan 596. Het bestaan eener commanditaire

zou moeten worden toegekend, — is vennootschap is geen feit, dat door ge-

een zoodanig feit door getuigen bewijs- tuigen bewezen kan worden. — Hof

baar. — Hof Amsterdam 25 Juni 1880; Amsterdam 14 Juni 1895; P. v. J.

P. v. J. 1880, 42. 1896, 6.

591. Een getuigenbewijs, dat leiden 597. Als tusschen partijen geschil moet tot het bewijs der grens tusschen bestaat over de vraag of tusschen hen twee perceelen, kan niet worden toege- bestond de rechtsbetrekking van aanstaan. Zoodanige grens is niet met de besteding en aanneming, dan wel die zintuigen waar te nemen. — H. R. van huur van diensten, kan niet door 16 Mei 1890; W. 5876; P. v. J. 1890, getuigen worden bewezen, „dat de eene 72, v. d. H., B. R. IA I, 188. partij heeft gewerkt, als zijnde in dienst

van de andere partij". — Kantong. Zeven-

592. Het al of niet hardrijden van bergen 12 Maart 1898; Mb. Dw. XII, 3. een tram is een omstandigheid, waaromtrent getuigen uit eigen waarneming 598. Het feit, dat iemand zich verkunnen verklaren. Hof's-Gravenhage bond als borg, kan niet door getuigen

15 februari 1886; W. 5350. worden bewezen. — Kantong. Zeven¬

bergen 19 Maart 1896; Mb. Dw. XIX, 15.

593. Het bewijsaanbod, dat iemand

overleden is door zelfmoord, moet worden 599. Het bedrag der jaarlijksche om-

voorbijgegaan, als loopende over een zet in een bedrijf is niet vatbaar voor

qualificatie, althans over gevolgtrekkin- getuigenbewijs. — Hof 's-Gravenhage

gen uit feiten. — Rechtb. Amsterdam 15 Juni 1896; N. M. v. H. VIII, 263.

16 December 1887; W. 5505; P. v. J.

1888, 4. 000. De bewering, dat de huurder

het gehuurde schromelijk verwaarloost,

594. Het bewijs door getuigen is toe- is zonder meer, niet vatbaar voor bewijs : gelaten ten aanzien van het feit, dat door getuigen. — Rechtb. 's-Gravenhage >de gedaagde na het eindigen der schrifte- 9 Maart 1897; W. 6957.

lijk aangegane huur in het bezit van

' het goed is gebleven; het geldt hier 601. Het „niet benadeeld zijn van

Cremeer, Aant. B. W. 57*

Sluiten