Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

642. Op grond van zijdelingsch belang kan als getuige in een geding over de geldigheid van een testament waarbij een stichting is opgericht, worden gewraakt iemand, die met groote waarschijnlijkheid bij geldigverklaring van het testament in aanmerking zou komen voor het genieten van ondersteuning van de bedoelde stichting. — H. R. 17 November 1899; concl. concl.; W. 7362; P. v. J. 1899, 95; Not. W. 12; N. E. CLXXXIII, 293; v. d. H., B. R. LXV, 380.

643. De wet verklaart voor de wraking van een getuige voldoende het bestaan van belang zonder eene uitzondering te maken voor het geval, dat kan worden aangenomen, dat het belang op de geloofwaardigheid van den getuige, hetzij uit hoofde van zijne persoonlijke omstandigheden, hetzij wegens zijn erkend hoogstaand zedelijk karakter

of uit anderen hoofde van geen invloed zal zijn. — H. R. 15 Januari 1904, concl. contr.; W. 8022; P. v. J. 1904, 359; Mb. Dw. XX, 34; N. R. CXCVI, 86.

644. De wraking van een getuige op grond van belang kan niet worden toegestaan, wanneer die getuige wel belang heeft bij zijne verklaring, maar niet bij den uitslag van het geding. — Rechtb. Rotterdam 25 Januari 1905; W. 8226.

645. De directeur eener schuldinvorderingsmaatscliappij kan in de zaak van een cliënt dier maatschappij, waarmede deze werd belast, niet als getuige worden gehoord. — Kantong. Goes 3 Juli 1905; Mb. Dw. XXI, 44.

646. Een burgemeester, als eischer optredende voor eene gemeente, is onbekwaam om getuigenis af te leggen in de zaak waarin hij, door voor de ge¬

meente op te treden, partij is. — Hol 's-Hertogenbosch 4 Maart 1879; R. B. IV, 89.

647. Een getuige wordt niet gehoord als bekleeder van een ambt; hij vertegenwoordigt bij het afleggen van zijn getuigenis geen publiek lichaam, maar als een privaat persoon, al heeft hij de wetenschap van hetgeen waarover hij gehoord wordt verkregen door de uitoefening van zijn ambt. Burgemeester en wethouders kunnen niet gewraakt worden in een zaak, waarbij de gemeente belang heeft. — Rechtb. Rotterdam 26 October 1896; W. 6952; P. v. J. 1898, 5.

648. De burgemeester eener geding voerende gemeente kan als getuige in dit geding worden gehoord, omdat deze alleen de gemeente, die de procedure voert, vertegenwoordigt en dus zelf geen partij is, terwijl hij evenmin kan geacht worden in den zin van art. 1950, 3°. B. W. belang te hebben bij het geding. — Hof Arnhem 21 Februari 1912; W. 9312.

649. Een politieagent is geen dienstbode of bediende der gemeente, waar hij in dienst is. Evenmin kan hij gezegd worden belang te hebben bij den uitslag eener procedure, die gevoerd wordt tegen de gemeente, als verantwoordelijk voor de handelingen van een inspecteur van politie, indien die handelingen geheel of ten deele door den agent op last van den inspecteur van politie zijn verricht. — Rechtb. Maastricht 3 April 1890; W. 5880; Gemst. 2023.

650. Een gemeente-ambtenaar is geen „dienstbode of bediende" van de gemeente in den zin van art. 1950, 3°. B. W. — Rechtb. Zutfen 9 Maart 1909; W. 8856.

Sluiten