Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

678. De rechter is niet alleen in de gevallen in de wet genoemd, doch ook, waar dit niet is uitgesloten, gerechtigd krachtens eigen inzicht het bestaan van rechtsvermoedens aan te nemen. — Rechtb. Amsterdam 11 April 1906; W. 8507.

Art. 1953, 2°.

679. Schoon boeking als eigenaar op | het kadaster op zich zelf den eigendom niet bewijst, zoo levert zoodanige boeking toch wel een gewichtig vermoeden van eigendom op tegenover iemand, die zelf niet beweert eigenaar van het betrokken onroerend goed te zijn. — Rechtb. Amsterdam 9 Mei 1906; W. 8508; W. v. N. R. 1932; Gemst. 2900; W. B. A. 3019.

Art. 1953, 30. •

680. Onder de gerechtelijke gewijsden j kunnen alleen worden verstaan gewijsden, uitgegaan van den Nederlandschen rechter of die door de Nederlandsche wet met zoodanige gewijsden zijn gelijk gesteld. — H. R. 31 Januari 1902, concl. conf.; W. 77J 7; P. v. J. 1902, 123; W. v. N. R. 1702; N. R. CXC. 122; v. d. H., B. R. LXVIII, 43 (met bevest. Rechtb. Middelburg 28 M^iart 1900; W. 7527; \V. v. N. R. 1633). Rechtb. Amsterdam 22 Januari 1909; W. 8936; N. M. v. H. XXI, 1.

681. Tegen eene gewijsde zaak is geen tegenbewijs toegelaten. — Hof Arnhem 6 April 1910; W. 9120; W. v. N. R. 2180.

682. Eene arbitrale beslissing zonder exequatur van den President der Rechtbank kan nimmer een gerechtelijk gewijsde worden. — Rechtb. 's-Hertogenbosch 8 Februari 1911; W. 9175.

Art. 1954.

683. L. H. C. Kuhn. Het gezag van gewijsde in burgerlijke zaken. — Ac. Pr. Amsterdam 1905. Aangek, door mr, Paul Scholten in VV. 8260.

684. Mr. W. F. Frijlinck. Iets over het gezag van een gewijsde in zaken van erfrecht. — W. v. N. R. 1614.

685. Mr. L. van Praag. Het gezag van gewijsde in het ontwerp tot herziening van boek IV B. W. — W. v. N. R. 1950.

686. Mr. H. Binnerts. De regeling van het gezag van gewijsde in het ontwerp van Wet tot wijziging van de eerste zes titels van het vierde Boek van het Burgerlijk Wetboek. — Them. 1906, 57.

087. Mr. J. P. Moltzer. De negatieve werking van het rechterlijk gewijsde volgens het aanhangige ontwerp tot herziening van ons burgerlijk bewijsrecht. — Them. 1906, 141.

688. Voor de toewijzing van de exceptie van gewijsde zaak is het onverschillig of in het tweede geding de rollen der partijen omgekeerd zijn. Het gezag van gewijsde komt niet alleen toe aan het dictum van het vonnis, maar aan elke uitspraak over een geschilpunt, dat door partijen vroeger aan het oordeel van den rechter was onderworpen. Als in een voorafgegaan geding door den rechter is aangenomen, dat zekere koop. onbewezen is, kan de exceptie van gewijsde zaak terecht worden tegengeworpen aan een nieuwe vordering, die juist op het bestaan dier koopovereenkomst gegrond is. — Hof Arnhem 17 Maart 1880; W. 4518.

689. Dit artikel een wettelijk ver-

Sluiten