Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan den zaakgelastigde-filiaalhouder van den in beide zaken gedaagde, kan niet worden gezegd, dat beide vorderingen op dezelfde oorzaak berusten. — Rechtb. Utrecht 4 April 1900; W. 7446.

738. Op grond eener beschikking op request kan geen beroep worden gedaan op de exceptie van gewijsde zaak. — Hof Arnhem 18 Januari 1906; W. 8532; W. v. N. R. 1962; W. v. Not. 95.

739. Hoewel art. 1954 B. W. in afwijking van art. 1955 B. W. — handelende over strafvonnissen — niet uitdrukkelijk spreekt van vonnissen, die in kracht van gewijsde zijn gegaan, heeft de wetgever toch blijkbaar ook daar bedoeld

vonnissen, die onaantastbaar zijn. — Rechtb. Amsterdam 23 Februari 1906; W. 8469.

740. Niet-ontvankelijkverklaringeener vordering op grond, dat uit de gestelde feiten van geen vorderingsrecht van partijen blijkt, staat gelijk met eene ongegrondverklaring der vordering, zoodat met die beslissing tot grondslag terecht beroep wordt gedaan op de exceptie van gewijsde zaak, wanneer op grond dierzelfde feiten door denzelfden eischer van denzelfden gedaagde dezelfde zaak gevorderd wordt. — Rechtb. Amsterdam 25 Januari 1907; W. 8648; N. M. v. H. XIX, 110.

741. De exceptie van gewijsde zaak is niet van openbare orde; op dat middel mag slechts gelet worden als en in zoover het is voorgesteld. — Rechtb. 's-Hertogenbosch 5 Februari 1909; W. 8901.

742. Wanneer de rechter in een geding, waarin een gedaagde beweerde eens anders grond met recht te hebben betreden, omdat die grond ter plaatse belast was met het onus publicum van

Cremers, Aant B. W.

openbaren weg, die bewering als juist heeft erkend, dan staat dit punt tusschen partijen vast in een ander geding, waarin dezelfde gedaagde van den vroegeren eischer schadevergoeding vordert op grond, dat die vroegere eischer hem heeft belet den voorbedoelden openbaren weg te gebruiken. — Hof Arnhem 6 April 1910; W. 9120; W. v. N. R. 2180.

Art. 1955.

743. Krachtens art. 1955 B. W. wordt door een strafvonnis, dat in kracht van gewijsde is gegaan, alleen het materieele feit, dat er in bewezen is verklaard, voor den burgerlijken rechter behoudens tegenbewijs bewezen, niet die bijzondere omstandigheden, die dat feit tot misdrijf of overtreding stempelen. Immers dat artikel gewaagt niet van een bewijs der gepleegde overtreding of van het gepleegde misdrijf, doch slechts van „dat feit". — Hof 's-Gravenhage 1 Februari 1897; W. 6976; P. v. J. 1897, 48.

/

744. In foro civili moet alleen als bewezen worden aangenomen het feit, zooals het bij dagvaarding was ten laste gelegd, voorzoover iemand daarvoor tot straf is veroordeeld; daaronder zijn niet begrepen alle omstandigheden, die de strafrechter heeft gemeend ten gunste van den beklaagde als vaststaande te mogen aannemen en die op de strafmaat van invloed kunnen geweest zijn. — Rechtb. Amsterdam 7 December 1900; W. 7557.

745. De bewijskracht aan een strafrechtelijk gewijsde toegekend, kan niet alleen worden ingeroepen tegen hem, die de daad pleegde, maar ook tegen hem, die burgerrechtelijk voor de gevolgen der daad aansprakelijk is. —

58*

Sluiten