Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

recht van den eischer op een onroerend goed erkent, onder bijvoeging, dat hij het krachtens een overeenkomst gebruikt, behoeft de eischer dat eigendomsrecht niet te bewijzen. — Rechtb. Tiel 5 Maart 1886; W. 5405.

912. Het is geen splitsing van bekentenis als de rechter een gedeelte gebruikt, terwijl het ongebruikte deel niets bevat wat de kracht van het ge¬

bruikte der bekentenis te niet doet of ook maar verzwakt. — Kantong. Amsterdam IV 19 Augustus J 887; P. v. J. 1887, 38.

913. De bekentenis van den gedaagde is te zijnen nadeele gesplitst, als de rechter de kwijting door den gedaagde in eene akte van cessie gegeven, voor fictief aanneemt op grond van gedaagdes bekentenis, dat hij, zij het ook onder een nog niet vervulde voorwaarde, nog tot betaling gehouden is. — H. R. 16 November 1888; W. 5636; P. v. J. 1888,144.

914. De eischer, die zich wil beroepen op de erkentenis 'des gedaagden van feiten waaruit diens aansprakelijkheid kan voortvloeien, moet tevens laten gelden de bijvoegingen des gedaagden, welke die aansprakelijkheid opheffen. — H. R. 16 November 1888; W. 5638; P. v. J. 1888, 144.

915. Splitsing eener bekentenis heeft alleen plaats, als men enkele feiten aanneemt en andere verwerpt, niet, als men de op die feiten gegronde rechtsbeschouwingen verwerpt. — Rechtb. Breda 19 Februari 1889. Bevest. door Hof 's-Hertogenbosch 5 November 1889; W. 5832.

916. Waar onder erkentenis van een deel der vordering een ander gedeelte wordt ontkend, kan geen sprake zijn

van eene onsplitsbare bekentenis, maar is eene gedeeltelijke ontkentenis aanwezig. — Rechtb. Amsterdam 25 Februari 1890; W. 5883; P. v. J. 1890, 70.

917. De onsplitsbaarheid der bekentenis moet niet' in dien zin worden opgevat, dat zij ook moet worden aangenomen, als de bewezen feiten van geen invloed zijn op de verplichtingen en de rechtsverhouding van partijen. — Rechtb. Amsterdam 12 Maart 1891; W. 6056.

918. Een bekentenis inhoudende, dat een overeenkomst is tot stand gekomen, maar onder geheel andere voorwaarden als door de wederpartij is gesteld, is onsplitsbaar. — Rechtb. Amsterdam 2 April 1891; W. 6045.

919. De rechter heeft des eischers bekentenis, dat hij aan den verweerder eene j aarlij ksche retributie betaalde, niet gesplitst door op grond van verschillende vermoedens te beslissen, dat die retributie als huurprijs was te beschouwen, indien niet blijkt, dat omtrent het karakter dier retributie door den eischer bijzondere feiten aan zijne bekentenis waren toegevoegd. — H. R. 29 Mei 1891; W. 6044.

920. Deze titel handelt over zoodanige bekentenis, welke het door de tegenpartij aangevoerd feit, zooals deze het heeft gesteld, omvat en waardoor alzoo dat feit in zijn geheel wordt bewezen. Waar de door den eischer gestelde overeenkomst, door den gedaagde gedeeltelijk is erkend, doch ontkend ten aanzien van dat gedeelte waarop de vordering is gegrond, is alzoo geen bekentenis afgelegd en kan derhalve geen ongeoorloofde splitsing daarvan plaats hebben. — Rechtb. Zierikzee 23 Juni 1891; W. 6055.

Sluiten