Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lies", alle tegen zijn wil kwijt raken van het roerend goed. — H. R. 7 Januari 1910, concl. conf.; W. 8959; P. v. J. 1910, 919; N. R. CCXIV, 4.

1391. Het vervoeren van een partij goederen door een schuitenvoerder buiten weten van den eigenaar naar een veem, valt niet binnen de termen van de gevallen in art. 2014, al. 2 B. W. bedoeld. — Hof Amsterdam 12 Januari 1883; W. 4977.

1392. Een gestolen, door de politie in beslag genomen schilderij moet aan den bestolene op diens vordering worden afgegeven, niettegenstaande het verzet dergenen, bij wien het door de politie in beslag genomen werd en die het door ruil van een kunstkooper verkreeg. — Hof 's-Gravenhage 20 Mei 1906; W. 8420.

«è

1393. Roerende goederen, die door den eigenaar vrijwillig zijn gesteld in handen van een ander, welke deze verduisterde en verborg, kunnen gerevindiceerd worden van den vinder dier goederen. Slechts dan bestaat een volkomen titel voor roerend goed tegenover den vroegeren eigenaar, als de bezitter zich kan beroepen op goede trouw. — Hof 's-Gravenhage 19 Januari 1912; W. 9323; W. v. Not. 358 (met verniet. Rechtb. Rotterdam 18 April 1910; W. 9052).

1394. Mr. H. L. Drucker. Iets over het recht omtrent verloren en gevonden goederen. — R. M. III, 410.

1395. A. van der Ley Eenige opmerkingen over het recht van verloren en gevonden goederen. — Ac. Pr. Groningen 1888. Aangek, in W. B. A. 2318 en 2319.

1396. Hij, die een voorwerp waarin zich buiten zijn weten eenige hem toebehoorende coupons bevinden, verkoopt en levert, moet geacht worden de coupons verloren te hebben; hij is dus ontvankelijk in zijne actie tot revindicatie der coupons. — Rechtb. Tiel 2 Mei 1884; W. 5085; R. W. v. N. 515.

1397. De woorden „iets verloren hebben" in dit artikel moeten worden opgevat in den algemeenen zin van iets kwijt geraakt zijn, van iets tegen

zijn wil het bezit verloren hebben. Bij onvrijwillig bezitverlies van roerende goederen is dus revindicatie dier goederen toegelaten. — Rechtb. Amsterdam 27 Januari 1885; W. 5249; P. v. J. 1885, 12; W. v. N. R. 865.

1398. Het woord „verloren" in dit artikel moet in ruimen zin worden opgevat, zoodat daaronder valt elk onvrijwillig bezitsverlies, ook al kan daarbij van toeval geen sprake zijn. — Rechtb. Breda 18 April 1899; W. 7279; W. v. N. R. 1552.

1399. Het woord „verlies" in art. 2014, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek beteekent „zoek" en daardoor buiten beheer van wien dan ook geraken. Art. 2014 van het Burgerlijk Wetboek is overgenomen uit art. 2279 j°. 2280 Code Civil.

De ontwerpers van den Code Civil hebben in art. 2279 Code Civil geen nieuw recht willen scheppen, doch slechts het bestaande recht handhaven.

Uit de Fransche jurisprudentie, geldende ten tijde aan de invoering van den Code voorafgaande, blijkt niet, dat bij enkel „onvrijwillig bezitsverlies'', zonder meer, en zonder daarbij te vragen naar de wijze, waarop dit verlies had plaats gehad, revindicatie van roerend goed uit de derde hand aan den recht-

Sluiten